BLADMUZIEK (41)
vierde kwartaal 2014
door Pieter Kuijper

HET OPPOSITIETYPE: ZWARTE SCHIJF GEBLOKKEERD DOOR WITTE DAM
deel 4c2: versperring na motiefspel,afgekort vm
de witte dam verspert op een veld, de zwarte (rand)schijf staat niet op veld 36


a voorbeelddia vm1 b voorbeelddia vm2 c voorbeelddia vm3

Na de bespreking van alle mogelijke vm1 motieven (voorbeelddia a) in de Bladmuziek aflevering van het derde kwartaal 2014 vervolgen we de verhalenreeks over 'versperring van de doortocht van een zwarte schijf door een witte dam' met bewerkingen van standen waarin de dam na verloop van motiefspel uiteindelijk finisht op een los veld, een fenomeen dat ik codeer als vm2. Zoals steeds onderscheid ik in twee soorten: bij type a staat de zwarte slotschijf van stonde af aan al op zijn eindstation klaar en bij type b wordt ie gedurende de afwikkeling naar zijn plek toe geloodst. Het bleek niet altijd even gemakkelijk om bij deze opdracht problemen te componeren, in een paar gevallen ben ik er niet in geslaagd om de lezer een duo voor te schotelen. Verreweg het eenvoudigst kwamen er constructies op het bord met de zwarte schijf op 36 en de witte dam los op de hoofdlijn (voorbeelddia vm3); maar die moeten nog even wachten, ze komen aan de beurt in de komende wintereditie (42, deel 4c3). Vandaag veertien uitvoeringen van het thema met de zwarte schijf niet op 36 maar op de resterende mogelijke plekken aan de bordrand (zie voorbeelddia vm2) en dat zijn dan de velden 16,25,26 en 35. Ter ondersteuning van de toeschouwer staat naast het probleemdiagram steeds een kleiner plaatje met de bijbehorende motiefstand. Met het begrip 'motief', zo zei ik de vorige keer al, kan een mens alle kanten op. Ik kies voor een uitgebreide definitie er van: een stand die gedurende de afwikkeling van een probleem ontstaat en waarin zwart, aan zet zijnde, een schuifzet pleegt. Wie dat wil mag aan die definitie een beperking verbinden, de zwarte schuifzet mag niet de reglementair enig mogelijke zijn (het is dus kwestieus of het volgende standje een motief genoemd kan worden: zwart schijven op veld 36 en 41 aan zet tegen wit schijven op 38 en 47 + dam op 49). Diverse door mij gebruikte motieven bestaan uit slechts een enkele zwarte schuifzet als startmoment, waarna het combinatie slagspel door wit wordt hervat. Maar er zitten prettige uitzonderingen tussen.

1: slotstand z16/wD12 twee keer vm2a en een keer vm2b

15 15a 16 16a


15. 33-28(22x35), 38-32(27x38), 36x27(21x32), 45-40(35x44), 49x40(38x49), 34-29(49x35), 20-14(9x20), 24x4(35x13),
29-23(18x29), 4x2
motiefspel: (12-17), 2x12
vm2a. Het programma 'Flits' laat in het ongewisse of wit ook wint met de openingszet 20-15; noodzakelijkerwijs volgt dan de enige restkans (8-13), 19x8 -want op 15x4 geeft (31-37) voldoende compensatie- en nu is het na (12x3), 15x13(18x9), 24-19 niet duidelijk of de witte schijfwinst voor winst toereikend is (een plus die cirkelt rond de 0.50). Het voordeel van de twijfel?
Het motiefspel bestaat louter uit het joviaal in de ring werpen van de zwarte handdoek.

16. 37-31(26x37, de meest overzichtelijke), 39-33(32x23), 29x9(4x13), 15x4
motiefspel: (35-40), 4x7(40x49), 7-2(25x34), 45-40(49x8), 2x12
vm2a. Ditmaal gaat het voor wit na zwarts doodsnik (35-40) niet vanzelf: zoek het winnende landingsveld voor zijn dam.

17 17a 18 18a

17. 24-20(27x16), 47-41(36x38), 37-31(26x37), 34-29(33x13), 20-14(28x10), 15x4(45x34), 4x2
motiefspel: (12-17), 2x12
vm2b. Aanvankelijk lukte het me niet om schijf 16 tijdens de ontleding gebracht te krijgen. Maar toen ik bij het scheiden van de markt in de gaten kreeg dat de rondslag van veld 4 naar 2 ook over een langere route en met grotere oogst kon had ik alsnog succes, met vrijwel hetzelfde slotthema als in dia 15 (zwart 29 staat deze keer op 34): harakiri als reactie op de dolksteek in de rug.

2a: slotstand z25/wD13

18. 22-17(16x27), 38-32(27x29), 49-43(12x21), 43-39(34x43), 45x5
motiefspel: (43-49), 48-43(49x41, de meest precieze), 28-23(41x19, omwille van het scherpe einde), 5x13
vm2a. Lichte cavalerie; zwart zal zijn kanspaard uit bedreigde positie naar dam moeten schuiven maar voor Van Knollenstein is er ondanks de vluchtroute naar het open veld 41 geen ontkomen aan.

19 19a 20 20a

19. 33-28(37x39), 22-18(24x11), 18x9(4x13), 16x7(2x11), 21-17(11x22), 27x9(36x27), 9-3
motiefspel: (20-25), 3x13
vm2b. Aan de bizarre diagramstand ging de niet eens raadselachtige zettenreeks (18-23), 33-29(23x32), 38-33(32-37) vooraf.

Het loopt vanzelfsprekend net zo gladjes zonder de schijven zwart 2 en wit 16, maar we doen vandaag aan imponeergedrag, hoe voller het bord des te knapper acht de auteur zijn prestatie. De motiefstand is een zogeheten 'Laocoon', genoemd naar een snoeshaan uit de Griekse mythologie die er een gewoonte van maakte om met nestenvol slangen te dollen. Zijn naam wordt in de damproblematiek gehanteerd voor standen waarin zwart met nog een karrenvracht (minstens vier, zo hebben onze vroede vaderen bepaald) schijven op het bord niet bij machte is alle gaten tegelijk te dichten. Vereiste is wel dat de wanhoop wordt opgeleukt met minstens een scherpe spelkeuze. De officiele benaming voor het fenomeen waarbij zwart niet aan meerdere gelijktijdige slagdreigingen van een witte dam ontsnappen kan is 'Coup des Contraires'; die term is overigens ook bruikbaar voor kleinere standjes zoals Witte dam op 2 tegen zwart aan zet met schijven op 11 en 30. Voor belangstellenden aanbevolen: in De Problemist worden er door de auteurs Gerrit van Mastrigt en Arie van der Stoep diverse rubrieken aan gewijd.

2b: slotstand z25/wD19

20. 44-40(35x44), 38-32(29x36), 43-39(44x33), 32-28(33x22), 27x9(36x27), 9-3
motiefspel: (8-13, bij gebrek aan minder onprettige mogelijkheden), 14-10(5x14), 3x19
vm2a. Omdat er meer wit materiaal aan te pas komt dan alleen een dam is dit geen Laocoon van het puurste klassiek, maar toch tamelijk vergelijkbaar. Ik paste hetzelfde trucje toe als bij diagram 19: 27x9 en vanwege de naslag (36x27) kan wit naar dam schuiven en krijgt zwart het apezuur. Een prettige bewerking vm2b met dam 19 tegen zwarte schijf gebracht op 25 kreeg ik niet uit de legbuis gewrongen.

3a: slotstand z26/wD13

21 21a 22 22a

21. 29-23(22x42), 23x5
motiefspel: (42-48), 32-28(48x25), 44-39(25x48, moet wel, anders volgt 28-22), 47-42(48x19, omwille van scherpte), 5x13
vm2a. Ik weet het, 30 kan ook op 34, maar waarom niet even meegepakt dat zowel 29-24 als de plakker 30-24 niet winnen. Bovendien, beide formaties tellen vijfentwintig tempo's (in dambargoens 'tempi'), is dat geen natuurlijk standje?

22. 24-19(23x21), 19x8(35x24), 8-3
motiefspel: (21-26), 3x13
vm2b. Hier weer een onvervalste L; die oude held blijkt toch wel de methode bij uitstek om wat te bakken van motiefspel culminerend in een losse witte dam. Wit begint onstuimig, en als dank voor bewezen diensten helpt zwart tijdens het motiefspel de 'scherpe regels' een handje. De finale kan desgewenst ook scherp met een kale dam op veld 13 als zwart in plaats van 21-26 zich euthanaseert met 21-27

3b: slotstand z26/wD18

23 23a 24 24a

23. 27-22(18x27), 32x21(23x41), 46x37(16x27), 47-41(36x47), 38-33(47x29), 37-32(27x38), 43x32(34x43), 25x3
motiefspel: (43-48), 49-43(48x50), 32-28(50x22), 26-21(17x26), 3x18
vm2b. Een keurig vol bord en een logische slagcombinatie fase. En kijk, na het optrekken van de kruitdampen zowaar nu eens geen slangenkoning, maar een zwarte dam die wordt gejonast.
Van vm2a met dam op 18 tegen schijf 26 heb ik geen exemplaar beschikbaar.

3c: slotstand z26/wD22


24. 32-28(22x31), 36x27(19-23, een wanhoopsactie, maar ook alle andere vrije zwarte zetten zijn verliezend, bevestigt 'Flits'), 28x19(14x43), 25x5
motiefspel: (43-48), 27-21(48x31, nog de beste), 33-29(16x27, de weg naar het thema), 47-42(31x48), 49-43(48x23), 5x22
vm2a. Je zou zelfs kunnen stellen dat het motiefspel niet bij het kleine diaatje begint, omdat zwart al bij diens tweede zet handelend moet gaan optreden. Degenen die deze winstgang in de partij weten te onderkennen mogen van mij luide bejubeld worden. Voor mij een brug te ver bleek vm2b met witte dam 22 en de schijf op 26 gebracht.

4a: slotstand z35/wD12

25 25a 26 26a

25. 34-30(16x18), 30-24(19x30), 29-23(18x29), 33x4
motiefspel: (31-36), 4x22(36x47), 22-6(47x50), 43-39(50x17 omwille van de scherpte), 6x12
vm2a. Schijf 19 wordt listig uit zijn hinderlijke veld gestuurd.
Ik heb geen aanbieding van vm2b met de witte dam op 12 en een zwarte slotschijf die naar 35 geloodst wordt.

4b: slotstand z35/wD18

26. 34-30(14x21), 30-25(45x34), 25x5
motiefspel: (34-40), 43-38(40x49), 33-28(49x23), 5x18
vm2a. Met een oogstrelend loopje naar 25 benut wit zijn tempovrijheid. Zwart hangt zijn harp nogal troosteloos in de wilgen.
Ook bij de witte dam op 18 kreeg ik niks geboetseerd waarin de zwarte schijf 35 op diens laatste rustveld wordt afgeleverd.

4c: slotstand z35/wD23

27 27a 28 28a

27. 40-34(22x42), 34x3
motiefspel: (42-47), 39-33(29x27), 48-42(47x29, moet wel), 35-30(24x35), 15-10(5x14), 3x28
vm2b. Een kwestie van de juiste plakker plegen en kijk daar hebben we het hulpdiagrammetje. Maar wat heet hulp, het wil me voorkomen dat je nog niet zomaar een twee drie er met het blote oog de winst van afleest. En, raar maar waar, met de witte dam op 23 lukte het niet met een vm2a, de zwarte op 35 al van scratch af ter plekke.

4d: slotstand z35/wD29

28. 23-18(14x42), 48x37(12x23), 21x3
motiefspel: (30-34), 37-31(26x37), 27-21(16x27), 15-10(5x14), 3x29
vm2a. De beginzet is een best wel mooie meergever; nadat wit dientengevolge zijn dam heeft kunnen scoren zit zwart in een piepzak van jewelste waaraan ook het lievemoederen met (30-34) niet helpt. Een uitvoering van z35/wD29 vm2b zat er niet in.

De volgende keer staat, na motiefspel, de zwarte schijf op 36 en de witte dam los op de blokkadediagonaal.
Dat is dan tevens het slotonderwerp van deze serie over 'eindstand: witte dam tegen zwarte schijf'.
Dank voor alle aandacht en graag tot die winteraflevering. PK