BLADMUZIEK (37)
eerste kwartaal 2014
door Pieter Kuijper

HET OPPOSITIETYPE: ZWARTE SCHIJF GEBLOKKEERD DOOR WITTE DAM (deel 4a)

Zwarts laatste stuk (een schijf) wil niet verder, want anders wordt ie door wits laatste stuk (een dam) van het bord geslagen. Sedert het eerste kwartaal van vorig jaar, met af en toe een korte onderbreking om de spanning gaande te houden, bericht ik de lezer over dit thema. Van dam tegen schijf opposities zijn er meerdere soorten denkbaar; zie de plaatjes a t/m d met hun bijbehorende onderschriften. Type a werd als eerste behandeld in Bladmuziek 30, daarna kwam type b aan de orde in Bladmuziek 31, type c was onderwerp van bespreking in de Bladmuziek edities 33, 34 en 35, en deze keer (en de volgende) gaat het over type d: de versperring van een zwarte schijf door een witte dam.

a Verticale oppositie b Horizontale oppositie

c Diagonale oppositie d Diagonale versperring


(diagonale) versperring van een zwarte schijf door een witte dam

Karakteristiek voor deze vorm van oppositie, die ik in het vervolg enkel nog maar simpelweg 'versperring' zal noemen, is dat schijf en dam niet op dezelfde diagonaal staan (zoals bij oppositietype c) en ook niet (zoals bij oppositietype a) in dezelfde kolom of (zoals bij oppositietype b) op dezelfde rij. Er zijn heel wat versperringsmogelijkheden, en er zijn dan ook vele problemen op dit thema gemaakt, ook door mij. Ze laten zich indelen in twee hoofdgroepen en twee subgroepen. Bij hoofdgroep type 1 staat de witte dam op een randveld, bij type 2 niet. De subgroeptoevoeging 'a' beduidt dat de zwarte schijf vanaf het begin al op zijn eindbestemming staat, toevoeging 'b' wil zeggen dat ie tijdens de afwikkeling naar zijn laatste rustplaats is gebracht. Verder kunnen we het probleemaanbod nog onderverdelen in: rechtstreekse bewerkingen, d.w.z. dat de versperring wordt bereikt als onmiddellijk resultaat van het slagspel, en: indirecte bewerkingen, waarin de versperring tot stand komt via motiefspel, zwart heeft in dat geval een eigen inbreng (doet een of meer schuifzetten). Ik zei het al, van die versperringen zijn er heel veel. Daarom beperk ik me tot het vertonen van één exemplaar per soort. Vandaag doen we alleen maar aan rechtstreekse bewerkingen van het type 1, de witte dam is aan de bordrand gepositioneerd. Ik geef steeds twee voorbeelden, eentje met de zwarte schijf in ruste, 1a, en eentje met de zwarte schijf naar zijn plek geloodst, 1b. Er zijn in totaal zeven mogelijkheden: zwart schijf 6/wit dam 2, z15/wD3, z16/wD3, z25/wD2, z26/wD4, z35/wD1 en z36/wD5
Niet van de partij is z5/wD15, die behandelde ik al bij de verticale gevallen. En ook niet mee doen onscherpe situaties zoals z6/wD16, waarin de witspeler, mocht zwart de beker wensen te ledigen door zijn laatste schijf weg te geven, kan kiezen op welk veld hij zijn dam zal laten neerstrijken.

In deze aflevering etaleer ik dus veertien problemen, zeven a-tjes en zeven b-tjes. Allemaal eigen werk, allemaal gloedjenieuw. Daar komen ze, op veldvolgorde van zwart.

01 02

1. 32-27(41x32), 39-34(30x37), 35-30(24x44), 33x4(32x43), 46-41(37x46), 27-22(18x27), 21x32(46x11), 16x18(13x22), 4x2 Schijf 6 doet toch wel iets, hij vangt de klap 46x11 op. Een mooie probleemstand, jammer dat schijf 11 het uitzicht bederft. Over de morele bezwaren tegen de 'molenwiekslag', in dit geval 4x2, naar wits keuze van veroveringsvolgorde over 9,19 enz. of over 9,22 enz., heb ik het al eerder gehad. Sommige critici, in elk geval de felle jongens van de oude stempel, beschouwen deze slagvorm als een bijoplossing, omdat wit de slagrichting kan uitkiezen, en daarmee (toch wel handig voor minder validen) zijn armbeweging kan bepalen. Enig gemis aan scherpte kun je de situatie niet ontzeggen, er is geen terminale eenduidigheid.
2. 47-42(12x34), 42x33(36x47), 16-11(47x20), 25x3(17x6, de andere variant biedt de witte dam keuze van landingsveld en is dus onscherp), 15-10(5x14), 3x2 Met zijn derde zet (uit nooddruft geboren, want ander tempo heeft ie niet) leidt wit de zwarte motiefschijf naar het abattoir.

03 04

3. 22-17(19x39), 17x6(13x22), 12-7(1x12), 46-41(35x47), 37-31(26x37, stelt de beslissing uit), 6-1(47x20 want na 47x24 gaat wit via 1x4 een in vele opzichten winnend uitschuifspelletje in), 1x3 De truc is eerder vertoond maar toch: 22-17x6-1 is en blijft een lekker dammetje (op bezet veld). Motiefschijf 15 is inactief maar functioneel om (in de hoofdvariant) de zwarte dam van 47 op te vangen. Schijf 46 had een veldje naar rechts prettiger gestaan, maar liever toch maar niet want in dat geval is sluiten met 34-30 ook een winstoptie.
4. 29-23(18x49), 39-33(28x39), 19-14(9x29), 42-38(49x41), 46x37(35x24), 37-32(27x38), 16x9(36x27, maar ook na direct 4x13 verliest zwart), 25-20(4x13), 15x4(24x15), 4x3 De volle aangename diagramstand slaagt er niet in te verhullen dat er in dit probleem eigenlijk niet veel spectaculairs gebeurt.


05 06

5. 29-23(18x49), 31-27(25x34), 38-33(19x30), 33-29(34x23), 28x10(17x37), 26x6(zeg 5x14, maar de volgorde maakt niet uit), 6-1(49x21), 1x3 Schijf 16 klaart meerdere klusjes, hij is nodig als bescherming in de rug voor schijf 21 na wits 31-27, en hij kan ook als stootblok voor (49x21) niet worden gemist. Net als in diagram 3 slaat een witte schijf naar 6 en schuift vervolgens naar dam. Dit probleem met zijn schijnbaar natuurlijke beginstand zou een uitblinker zijn geweest als de materiële verhoudingen in evenwicht geweest waren, maar helaas wit moet het met een deelnemertje minder doen.
6. 37-31(36x27), 24-19(slagkeus, bijvoorbeeld 35x13, maar het maakt niks uit), 16-11(15x33), 11x2(27x16), 34-29(33x24), 44-40(45x34), 42-38(32x43), 48x19(13x24), 2x3 Al staat schijf 45 er (te) verloren bij, deze is toch wel redelijk te verteren. Dat komt vooral door de grappige aftrekker 16-11, maar ook het gehannes met de schijven 35 en 15 doet een duit in het zakje, want wie ziet er in de open diagramstand nou zwarts doodslag (13x24) aankomen?


07 08


7. 18-13(14x23), 13-9(4x13), 32-27(21x32), 37x8(26x46, na 26x48, 8-3 zou de pijn nog een stuk heviger zijn), 47-41(46x30), 35x4(2x13), 4x2 Zwarts passieve schijf op veld 25 zit met een vervelend karweitje opgezadeld, hij staat daar om (46x30) een halt toe te roepen. Geschut van de lichte cavalerie.
8. 37-31(29x49), 23-18(12x23), 21x3(49x21), 26x17(36x27), 17-11(16x7), 25-20(14x25), 3x2 Erg voor de hand liggend allemaal, maar toch geen onsmakelijk hapje.


09 10

9. 37-31(36x49), 35-30(49x35), 22-18(13x44), 24x2(bijvoorbeeld 35x8, maar ook 35x13 helpt niet), 2x4 En jawel hoor, daar hebben we dan toch een exemplaar te pakken met een functioneel bezien geheel overbodige themaschijf; want er is voor 26 geen serieuze rol weggelegd, behalve spek en bonen. Desondanks heb ik deze 'figurant' er heel graag bij, niet alleen ten behoeve van de balans (9x9) maar ook omdat ontstentenis het rijke meerslageffect van de eerste zet jammerlijk zou aantasten.
10. 34-29(14x43), 29x7(1x12), 37-31(26x37), 6-1(17x26), 1x4 Het bekende kindje dat de was kan doen. Wat hier opvalt is dat de versperde schijf 26 een ander is dan de starter op dat veld.


11 12

11. 23-18(12x43), 48x39(38x20), 39-34(37x48), 17-12(48x19), 12x3(26x17), 3x1 Hier is het met de zinloosheid nog droeviger dan bij dia 9; de aanwezigheid van de zwarte schijf op 35 dient slechts één doel, hij voorkomt een technische handicap. Want zonder hem was er een storend gemis aan evenwichtigheid, tien witte tegen acht zwarte wordt, zo hebben de problemenmakers met elkaar afgesproken, beschouwd als een al te bezwaarlijke disharmonie. De diagramstand biedt geen uitnodigende aanblik, maar de ontleding met drie aardige meerslagen vergoelijkt een en ander.
12. 24-20(36x47), 23-19(13x35), 20-14(47x22), 14x3(27x38), 16x18(12x23), 3x1 De diagramstand oogt lekker, maar schijn bedriegt want er is alleen een verklaring denkbaar met mensonterende kunstgrepen: (1-6), 47-41(6x17), D19-8(2x13) en zie daar ... Bovendien komt zwart een houtje tekort. Alleen wits tweede zet is relevant.

13 14

13. 18-12(25x34), 12x3(17x28), 3x6(31x22), 6x5 De zwarte themaschijf op 36 is van de hulpverlening, zonder zijn ruggensteun stond 31 er maar kwetsbaar bij. Het probleem valt in de categorie 'automaten', als je de startzet hebt gevonden is Kees klaar. De witte dam bereikt zijn bestemming in twee etappes; niks bijzonders, maar zo'n kanonnade geeft altijd een gevoel van efficiëntie.
14. 26-21(17x37), 47-42(37x48), 33-28(22x44), 36-31(48x30), 35x2(27x36), 25-20(15x24), 2x5 Met zijn vriendelijke snoetje is dit een probleem dat geschikt is om de partijspelers te bekoren. Het moet te doen zijn om de oplossing te vinden zonder daadwerkelijk materiaalgebruik. De zet 36-31, die de themaschijf zijn plaats wijst, voelt goed aan.