BLADMUZIEK (35)
winter 2013
door Pieter Kuijper

HET OPPOSITIETYPE: ZWARTE SCHIJF GEBLOKKEERD DOOR WITTE DAM (deel 3c)

c1 diagonale oppositie met witte dam aan de bordrand c2 diagonale oppositie met witte dam op een los veld

In de beide vorige afleveringen zegde ik het al toe: dit laatste hoofdstuk over diagonale oppositie met een witte dam wordt benut voor het tonen van motieven (c.q. bewerkingen daarvan) waarin dit verschijnsel plaatsvindt. Per eindbestemming van de zwarte motiefschijf toon ik telkens twee problemen, eentje waarin de witte dam uiteindelijk opponerend neerstrijkt op het verre randveld van de diagonaal (zie hierboven hulpdia c1) en eentje waarin de witte dam midden op het bord op de plaats rust maakt (hulpdia c2). Voor scherpe problematiek zijn slechts acht zwarte slachtoffers bruikbaar, en wel op de velden 5, 6, 15, 16, 25, 26, 35 en 36. Dat bij zwarte schijven op de velden 35 en 36 bewerking met de witte dam op een los veld technisch ondoenlijk is meldde ik de vorige keer al. Van die beide daarom twee stuks met dam op een randveld. We beginnen met twee composities met de zwarte schijf op veld 5. Van de bewerkte motiefstand is steeds een miniatuurplaatje bijgevoegd.

01 1a 02 2a

1. 28-22(19x28), 22x13(8x19), 17x8(2x13 de kordaatste), 34-30(26x17), 38-33(28x39), 29-23(19x28), 30-24(20x29), 40-34(39x30 het maakt niets uit), 35x4 motiefspel: (16-21), 2x10(21x41), 10x46 Voor de geoefende partijspeler is het te doen, maar je moet wel even zoeken om de combinatie naar dam op het bij aanvang bezette veld 2 er uit te halen. Daarna rest zwart weinig anders dan het plakkertje, waardoor de witte dam automatisch finisht aan de rand op veld 46.
2. 16-11(7x16 het maakt niets uit), 22-18(29x40), 18x7(2x11), 39-34(40x29), 27-21(16x38 het maakt niets uit), 48-42(23x41), 42x2(36x27), 2x46 motiefspel: (14-19 harakiri), 46x14 En opnieuw een combinatie naar dam op bezet veld 2. Zwart heeft daarna geen enkele ambitie meer; liever dan weg te vluchten gunt ie de witte dam een finish op het losse veld 14.

En dan nu twee keer de zwarte schijf op veld 6, zoals in de hulpdiagrammen c1 en c2

03 3a 04 4a

3. 20-14(9x29), 38-33(29x27), 25-20(35x24), 20x9(4x13), 15x4 motiefspel: (28-33), 4x36(33x44), 26-21(16x27), 36x50 En alweer dam op een in de diagramstand nog door zwart gevulde plek, dit keer veld 4. Zwart probeert nog wat met een plakkertje, maar ziet de witte dam hinderlijk tegenover zich finishen aan de bordrand op veld 50.
4. 11-7(30x50), 7x9(3x14 brengt wit in ademnood), 46-41 met een diepe zucht (50x11), 16x7(26x17), 7-2 motiefspel: (32-37), 2x5(37x46), 25-20(17-22), 20-14(46x10), 14x17 Uit tempogebrek moet de witte pion 46 de veilige moederschoot verlaten en dat kost een hachje, maar kwaad kan het niet want zwarts plakkertje blijkt pretentieloos. Zwart maakt in de slotfase de brave actie 17-22 en geeft zodoende de witte dam de gelegenheid om het losse veld 17 te bereiken.

Vervolgens twee maal de zwarte schijf op veld 15, een gemakkelijk bewerkbare plek (liefst zestig hits), zo leert ons de probleemcollectie in de Turbo-Dambase. Logisch, want de 5/47 diagonaal is lekker lang.

05 5a 06 6a

5. 23-18(12x23), 50-44(40x49), 20-14(49x47), 14x12(47x20), 25x5 motiefspel: (26-31), 5x6(31x42), 12-7(2x11), 6x47 De derde zet is de clou van dit probleem. In de diagramstand zie je zwart zijn lekke reddingsboei (26-31) en het winnende weerwoord 12-7 niet aankomen. De witte dam finisht op het randveld 47.
6. 33-29(23x34 gedwongen), 22-18(12x23), 27-22(16x38 het maakt niets uit), 45-40(23x41 en weer is de keuze indifferent), 40x9(36x18), 35x2(4x13), 2x36 motiefspel: (18-23), 36-47(23-29 voor de scherpte, ook 23-28 geeft natuurlijk geen baat), 47x24 Met twee aardige beginzetten, de plaatsvervanging op veld 23. Daarna proeven we gesneden koek: het aan de praat brengen van de schijven 16, 23 en 36 kwam ook al in dia 2 aan de orde. Merkwaardigerwijs vond ik geen eerdere bewerkingen van de motiefstand. Let op dat wit na de zwarte vluchtpoging (18-23) direct naar 47 moet. Als zwart vervolgens een handje wil helpen finisht de witte dam los op veld 24.

En dan is nu de zwarte schijf op veld 16 aan de beurt. Ook uit dat hout werd menig damprobleem gesneden, geen bijster moeilijke klus voor wie er zich op wenst te storten.

07 7a 08 8a

7. 37-32(26x19), 32x3(15x24), 35-30(24x35), 25-20(14x25), 3x2 motiefspel: (25-30), 44-40(35x44), 2x49 Een oorverdovende acquitstoot. De dam plus schijf tegen drie schijven stand die na de rondslag het bord opvrolijkt oogt als een evergreen, maar werd zeer tot mijn verwondering nog niet eerder 'problematisch' bewerkt. Wit finisht met zijn dam op het randveld 49.
8. 23-18(39x50), 18-12(8x17), 19-13(9x18), 29-23(18x29), 33x4(50x22), 38-32(27x38), 4x43 motiefspel: (17-21), 36x27(21x32), 43x27 De genante standverklaring wil ik de lezer maar liever besparen, en ook het slagwerk stelt niet al te veel voor. Maar dan slaat de witte dam zich een weg naar 43 (het winnende veld) en noopt zwart aldus tot medewerking aan het formeren van de thematische finale (die zich trouwens ook naar de rechter bordhelft laat transponeren). De witte dam finisht los op veld 27.

Ook met de zwarte schijf op veld 25 is er het nodige gepresteerd, al wordt de spoeling op zo'n kortere diagonaal wel een beetje dunner. De catacomben van de Turbo Dambase wijzen dit uit; het programma is trouwens onlangs geactualiseerd en beschikt inmiddels over een probleembestand van ongeveer 150.000 stuks.

09 9a 10 10a

9. 41-36(39x48), 34-29(23x25), 32x23(18x29), 42-38(48x31), 36x7(1x12), 6-1 motiefspel: (29-33), 1x4(33x42), 26-21(16x27), 4x48 Het bekende recept, de zwarte schijf op 1 wordt er uit gewipt en vervangen door een witte dam die een hoop zwart restmateriaal vervolgens de baas is. Een plakkertje lijkt nog bevrijdend, maar het biedt geen uitkomst. De witte dam finisht op het randveld 48. De zwarte motiefschijf wordt tijdens de ontleding gebracht.
10. 18-13(8x19 tegelijk al de andere kant op helpt niet), 24x13(9x18), 20x9(4x13), 45-40(44x24), 50-44(39x50), 48x8(50x22), 17x28(6x17), 8-3 motiefspel: (18-22), 3x21(22x33), 21-43(33-39 harakiri), 43x34 We zien een bataljonnetje zwarte frontsoldaten, maar alle vier zijn ze gedoemd te sterven op het veld van eer. Na een aantrekkelijk motiefje finisht de witte dam los op veld 34.

Tegenover een zwarte schijf op veld 26 is naast het randveld 48 de enige optie voor de witte dam het losse veld 37. Hoewel er slechts een verduveld kort stukje diagonaal beschikbaar is, werd ook dit karwei met enige regelmaat door de vaklui uitgeprobeerd.

11 11a 12 12a

11. 37-32(27x40), 39-34(40x29), 42-38(33x42), 24x22(35x44 voor de kijkpret, al maakt het natuurlijk niets uit), 47x38(18x27), 20x9(4x13), 15x4 motiefspel: (27-32), 4x1(32x43), 17-11(16x7), 1x48 Er zijn legio problemen in omloop met 20 slaat achterwaarts over drie stuks naar 9, gevolgd door (4x13) en 15x4 dam op bezet veld, zie bijvoorbeeld ook hiervoor op dia 3. Toen werd veld 9 voor het goede doel leeggemaakt, deze keer is er een sta in de weg op veld 18 die eerst moet worden verwijderd. In het afspel (met de witte dasm uiteindelijk op het randveld 48) staat zwart zijn themaschijf er bij als een loze nietsnut, liever had ie (ook voor de goede zaak van het materiële evenwicht) mogen ontbreken maar dan is er geen kruid gewassen tegen allerlei positionele bijoplossingen (als beginzet bijvoorbeeld 17-12).
12. 34-30(38x27), 30x10(45x43), 25x3(5x14), 3x48 motiefspel: (27-31), 42-37(31x42), 48x37 Leegmaken van veld 14 om de slag 25x3 te kunnen uitvoeren, gevolgd door (5x14), 3x enz., het is een foefje dat in de damproblematiek dermate vaak wordt toegepast dat het een eigen naam heeft gekregen; ze noemen het 'kannetje'. Waarom?, geen idee…. Het motiefspel met de slome zet (27-31) waarmee zwart achter de lange lijn blijft hangen lijkt geen enkel perspectief te bieden, toch heeft wit dan geen andere winstgang dan via de voorwaartse ruil, en zodoende komt de witte dam noodgedwongen op het losse veld 37 terecht.

Een zwarte schijf op veld 35 kan slechts op 1 manier met een witte dam diagonaal voor de voeten worden gelopen, en wel op veld 49. Het losse veld 44 komt niet in aanmerking voor een scherpe bejegening.

13 13a 14 14a

13. 38-32(36x40), 45x12(27x29), 12-7(1x12), 6-1 motiefspel: (30-34), 1x15(34x43), 35-30(24x35), 15x49 Een smakelijk plaatje om het uit het blote bolletje te proberen, qua combinatiespel is dit immers een één zetter. Dat de schijf op veld 1 er moet worden uitgewipt ziet een zuigeling aankomen; maar wanneer wit zijn dam heeft gescoord is het wel even speuren naar zwarts ontoereikend verzet (daarin wordt de motiefschijf op 35 gebracht). De witte dam beëindigt zijn carrière dus aan de bordrand op 49.
14. 29-23(18x49), 31-27(49x21), 16x9(4x13 oogt het leukst maar het maakt niets uit), 33x11(30x19), 15x4 motiefspel: (13-18), 4x27(2-7), 11x2(19-24), 2x30(25x43), 27x49 Buitengewoon helaas kan het spel vooraf waarmee de diagramstand bereikt wordt, te weten 28-23(19x28), vanwege een positionele bijoplossing (na 38-32 staat wit als een dijk) niet in de oplossing worden meegenomen. Na motiefspel dat enkel een inventieve wanhoopspoging is belandt de witte dam op randveld 49.

Ook ter diagonale oppositie van een zwarte schijf op 36 heeft wit slechts 1 plek ter beschikking, natuurlijk is dat veld 47.

15 15a 16 16a

15. 19-14(25x43), 14x1 motiefspel: (43-48), 37-32(27x38), 49-43(48x7 bijvoorbeeld maar wat kan het schelen), 1x47 Een minimaaltje, de eenvoud zelve maar met een subtiele damvangst. De zwarte op 36 is een geval van spek en bonen en staat daar enkel en alleen om de taakstelling (een witte dam die finisht op 47) gestalte te geven.
16. 32-27(21x32), 29-23(18x40), 22-18(13x22), 24x2(35x24), 2x4 motiefspel: (31-36), 25-20(15x24), 4x47 De kerncombinatie van dit probleem (met de ontruiming van eerst veld 18 en dan 13 om de slag 24x2 mogelijk te maken) is een trucje dat trouwe lezers al vaker en in diverse Bladmuziekrubrieken de revue zagen passeren. Daarna ontstaat er een koddig motiefje, voor het eerst in 1949 bewerkt en door C. Nierop, waarin veld 36 een vitale rol speelt. Zwart maakt daarheen zijn Canossagang als ridder barrevoets. En de witte dam moet voorafgaand aan het motief op straffe des onheils vooral niet naar 36 slaan (dan volgt immers 10-14), een gebbetje dat werd ontdekt door A.J. (Nol) Beemer; leuke dingen voor de mensen.

De vier slotproblemen van dit hoofdstuk tonen een keuzefinale en vormen zo tevens een opstapje voor deel 4 van de reeks 'versperringen van een zwarte schijf door een witte dam'.


d1 keuzethema d2 diagonaal na(36-31) d3 zijdelings na(5-10)

Zet zwarte schijven op de velden 5 en 36 en posteer een witte dam op een niet randveld van de lange diagonaal (kies maar: op 14,19,23,28,32 of, zoals ik hier op hulpdiagram d1 doe, op 37). Zwart aan zet gooit harakiri zijn voorlaatste soldaat voor de wolven; gebruikt ie daarvoor schijf 36 dan houden we een geval van diagonale oppositie over (dia d2), en wordt schijf 5 tot volontair benoemd dan krijgen we als slotstand een geval van zijdelingse oppositie (dia d3). Die laatste optie vormt de schakel naar het thema dat we in de volgende aflevering(en?) gaan bezichtigen; vanaf januari 2014 in dit theater in Bladmuziek 37 (e.v.?): oppositie van opzij

17 17a 18 18a

17. 15-10(28x48), 26-21(48x25 het maakt in feite geen ene moer uit maar nu blijft schijf 10 wat langer op slag), 22-18(13x31), 24x2(14x5 nu wel, ook al doet de keuze in essentie opnieuw niet ter zake), 49-43(25x48 idem, de tussenkruip is lolliger dan als we in de andere volgorde slaan), 47-42(16x27), 2x46(48x37), 46x26 motiefspel: (31-36), 26-37 en nu d1 (met een witte dam afkomstig van veld 26) met de twee harakiri varianten. Bevat dit ding misschien een positionele bijoplossing? Ik moet toegeven dat het programma 'Flits' moeilijk doet; het verschaft geen absolute helderheid (we blijven in een variantenreeks op en neer hikken) maar het vervult toch wel met enige argwaan voor het geval wit mocht beginnen met 33-29 en daarna met 43-39 enz. aankoerst op een doorbraak met schijf 15. Vergelijk dit probleem ook eens met het getoonde op diagram 27 in Bladmuziek editie 31 van het tweede kwartaal 2013. Daarin werd hetzelfde slotidee toegepast, maar dan gehuld in simpeler pluimage.
18. 17-11(16x7), 39-34(30x48), 32-28(48x17), 22x11(23x21), 35-30(24x44),15x2(16x7 heen en weer), 2x23 motiefspel: (12-18), 23x7(1x12), 6-1(12-18), 1x23 Een fijn probleem, vind ik zelf, vooral vanwege het jonassen van schijf 7. Na wit z'n rondslag resteert er een standje met zwart restmateriaal; van dat motief, waarin zwart zwaar wordt geschoffeerd, zijn mij geen eerdere bewerkingen bekend. Dit keer loopt het uit op hulpdia d1 met de dam komend van veld 1 en winnend op veld 23.

19 19a 20 20a

19. 33-29(35x42), 29x7(1x12), 43-38(42x33), 32-28(33x22), 27x7(16x36), 7-2 motiefspel: (8-13), 2x19
En nu is het een witte dam op veld 2 die zwart in de rug steekt. Hoe die dolk daar terecht komt laat zich gemakkelijk raden. Motiefschijf 36 wordt naar zijn bestemming geloodst, die op veld 5 staat te lanterfanten.
De zwarte schijf op 36 wordt tijdens de slagafwikkeling gebracht. Wit zijn dam dit keer op 19 komend van veld 2.
20. 44-39(35x33), 49-44(38x29), 25x12(15x24), 27x20 motiefspel: (11-17), (22x11), 6x26(12-7), (26-31), 20-14(10x19), 18-13(19x8), 7-2(31-36), 2x19
Hetzelfde soort afspel als in 19 maar nu moet zwart in de motieffase met slag en sluip naar veld 36 vluchten.
Om dat doel te realiseren diende ik tot mijn spijt en schaamte de lezer een choquerend plaatje voor te schotelen. De diagramstand is ontstaan na het begrijpelijke voorspel (3-8), 35-30(24x35), 41-36(33x24), 36x27(24-30).