BLADMUZIEK (31)
tweede kwartaal 2013
door Pieter Kuijper

HET OPPOSITIETYPE: ZWARTE SCHIJF GEBLOKKEERD DOOR WITTE DAM (2)

b. hoofdstuk 2: horizontale oppositie van een witte dam en een zwarte schijf aan zet
In Bladmuziek aflevering 30 maakte ik een aanvang met een serie verhalen over "schijf tegen dam oppositie", (niet zijnde z37/wD47). We legden toen de verticale oppositie (plaatje a) op de snijtafel. Deze keer is de horizontale oppositie (b) aan de beurt, m.a.w. het dwarsbomen van opzij.

a Verticale oppositie b Horizontale oppositie

c Diagonale oppositie d Diagonale versperring


Horizontale oppositie is slechts bestaanbaar als de zwarte slachtofferschijf zich (ter linker of rechter zijde van de opponerende witte dam) aan de bordrand bevindt. In theorie zijn er tien van dit type wegversperring denkbaar, maar op de onderste twee rijen (veld 41 t/m 50) lukt het niet want de zwarte schijf is daar al te ver opgestoomd; en zo resteren er acht mogelijkheden. Daarvan doet z6/wD7 niet mee omdat veld 7 voor de witte dam niet met een scherpe voorslag (verplichte landing op 7) valt te bereiken. Al met al blijven er slechts zeven opties van een witte dam in horizontale oppositie tegen een zwarte schijf aan zet over. We gaan ze stuk voor stuk eens nader beschouwen. Ik vertoon achtentwintig stukjes damproblematiek met die apotheose.

b1. z5/wD4
Dit type is het meest eenvoudig bewerkbaar. Dat komt doordat de witte dam bij zijn voorslag profiteert van de stootblok functie van de bordrand en na zijn laatste verovering vanzelf halt houdt op veld 4. Ik vermoed dat er een stuk of tachtig problemen bekend zijn met deze slotstand. Op de diagrammen 1 t/m 4 krijgt een kwartetje PK productie uw bekijks, de eerste twee met rechttoe rechtaan slagspel naar de finish, de twee anderen eindigend in een motiefje dat op de gewenste oppositiestand uitloopt.

01 02

03 04


1- 13-9 (4x24), 15x4 (37x46), 23-19 (24x13), 4x15 (46x10), 15x4 Voor schijf 15 is een opmerkelijke campagne weggelegd, de bijzondere manoeuvre 15x4x15x4.
2- 40-34 (30x50), 23-18 (12x32), 21x3 (50x28), 3x9 (28x46), 9-14 (46x10), 15x4 De zwarte dam (diens (50x28x46x10) is mooi beweeglijk) mag een paar beurten lang pendelen op de lange lijn, maar dankzij wit zijn slimme damslag naar veld 9 gaat ie uiteindelijk voor de bijl.
3- 16-11 (14x25), 34-30 (23x43 lood -om oud ijzer-), 32x14 (43x41), 11-7 (25x34), 42-37 (41x32), 44-39 (34x43), 49x9 (4x13), 7-2 (13-19 subtiel), 2x24 (36-41), 24-47 (41-46), 47-15 (46x10), 15x4 Een 'naaktslak' op veld 16 maakt de vogelvrije schuifeltocht 16-11-7-2.
4- 17-12 (8x28), 48-43 (37x39), 26x37 (33x31), 24x22 (15x13 lood), 18x9 (35x24), 9-4 (27x18), 4x19 (3-8 strohalm), 19x2 (31-37), 2-24 (37-41), 24-47 (41-46), 47-15 (46x10), 15x4 Door het gapende kiertje gaat wit naar dam op 4. Toegegeven, daarvoor had ik een onappetijtelijke stand nodig.

b2. z15/wD14
Als de bordrand niet wil meewerken zullen we het (net als in Bladmuziek 30 de aflevering over verticale oppositie) moeten hebben van de spelregels die de basis vormen voor de coup Turc: a. niet twee keer slaan over hetzelfde stuk en b. pas na het voltooien van de slag het veroverde materiaal van het bord verwijderen. Door toepassing van die twee ingrediënten kan een slaande dam worden veroordeeld tot een eindstation los van de bordrand. Dat levert schaarse problematiek op. Kijken we eerst naar de rechterbovenkant van ons dambord. De digitale probleemliteratuur (de Turbo Dambase compositieverzameling 2006) kent slechts twee exercities op z15/wD14; daar vallen er best wel wat meer van te maken, zo bewijzen de diagrammen 5 t/m 8.

05 06

07 08


5- 34-30 (25x32 lood), 42-37 (27x47), 37x10 (47x20), 10-4 (45x34), 22-18 (13x22), 4x14 Het kan haast niet anders of de slag van de witte dam naar diens oppositieplaats 14 komt vanaf veld 4. Net zoals bij het in TD gememoreerde tweetal wordt de daartoe strekkende promotie schuifzet voorbereid door passage in de rug van de zwarte slotschijf.
6- 36-31 (27x47), 46-41 (47x36), 34-30 (25x43 lood), 49x27 (22x42), 33x4 (23x34), 21-17 (12x21), 16x27 (36x9 voor de scherpte), 4x14 Maar hier gaat het anders toe. Zwart faciliteert het slotthema door bereidwillig met zijn dam naar veld 9 te slaan.
7- 27-21 (26x28), 31-27 (39x48), 35-30 (48x22), 30x10 (4x15), 13x4 (22x9 scherp), 4x14 En ook in dit lieve plaatje helpt zwart een handje mee. Deze keer wordt veld 4 ontruimd: dam op bezet veld.
8- 33-29 (24x33), 38x18 (12x23), 49-44 (40x38), 42x33 (31x42), 47x38 (36x47), 33-28 (47x29/33, na 47x24 witte overmacht), 28x10 (4x15), 48-42 (29/33x47), 46-41 (47x36), 17-11 (26x37), 11x4 (36x9 scherp), 4x14 Een lekkere grote joekel besluit dit kwartet, opnieuw wordt op veld 4 plaats gemaakt voor een witte dam en slaat diens zwarte confrater om redenen van esthetiek naar veld 9.

b3. z16/wD17
Om z16/wD17 te realiseren is er slechts een techniek mogelijk: een witte dam voert de slotslag uit vanaf veld 1, om te beginnen over een zwart stuk (schijf of dam) op 12. Bij ieder van de vier volgende composities (9 t/m 12) is het promotieveld bij aanvang nog even in handen van de tegenstander, maar de promovendus staat al klaar om na verwijdering van de bewaker toe te happen. Het eerste trio gaat recht op het doel af, in dia 12 verleent zwart zijn medewerking met motiefspel, wat heet: met een harakiri schuivertje

09 10

11 12


9- 25-20 (35x33), 20x7 (29x40 na 1x12: 6-1), 37-32 (26x28), 48-43 (1x12), 43x32 (28x37), 49-44 (40x49), 6-1 (49x21), 1x17 Traditioneel werk, de receptuur (veld 1 ontruimen met 20x7 en dan tempo benutten voor 6-1+ slotslag) dateert uit 1991 en is bedacht door Ton van der Elzen, een bekende ontwerper uit de Bossche school die het slotthema in den brede heeft afgetast (van de veertien in TD geregistreerde bewerkingen zijn er liefst elf van zijn hand).
10- 44-40 (25x33), 16-11 (7x16 moet wel), 48-43 (29x40), 31-27 (22x42), 43-38 (25x34), 38x7 (1x12), 50-44 (40x49), 6-1 (49x21 scherp), 1x17 Promotieschuif 6-1 en daarna rondslag met de dam, dat is het vaste patroon bij deze problemen. Telkens wordt er gebruik gemaakt van het vrije tempo wegens zwarte dam slaat (49x21). Deze is aardiger dan zijn voorganger, immers veld 7 wordt (hard)handig met geledigd en het er tussen kruipen op 42 getuigt van een slimme inborst. Zwart helpt weer een handje bij het scherp slijpen door heel cooperatief met zijn dam naar veld 21 te slaan.
11- 30-24 (7x16), 24-19 (13x24), 22x13 (8x19), 17x8 (2x13 lood), 48-43 (26x17), 28-23 (19x28), 33x11 (44x42), 11-7 (1x12), 43-38 (42x33), 50-44 (40x49), 6-1 (49x21), 1x17 Veld 1 is bij aanvang zwaar omzwachteld, maar desondanks slaagt wit er ook nu weer in om het te ontmantelen. De diagramstand is trouwens speltechnisch wel bereikbaar, maar de zonderlinge hersenkronkels die daarvoor nodig zijn zal ik u als fijnproever besparen. De clou van het probleem is de achterlangse passeerbeweging op 11.
12- 16-11 (7x16), 29-24 (20x40), 45x25 (22x33), 25-20 (19x37), 20x7 (1x12), 6-1 (17-21 overgave), 1x17 Deze is heel goed geslaagd, ook al omdat het (uit dia 9 al bekende) plakkertje 25-20 visueel diep verstopt zit. Geen zwarte damslag (49x21) dit keer, daarvoor in de plaats de zelfmoordzet (17-21) met een bord vol stukken.

b4 z25/wD24
Van z25/wD24 is in de annalen slechts een serieuze bewerking te vinden (Gerrit Cremer, 1966); met de nummers 13 t/m 16 worden er, tot mijn tevredenheid, vier duiten aan het zakje toegevoegd. Gezien de zwaarte van de opdracht en de kwaliteit van de oogst geen slecht resultaat.

13 14

15 16


13- 12-7 (35x44 lood), 18-12 (2x11), 12-8 (3x12), 21-17 (12x21), 27x7 (36x29), 7-1 (14x23), 32-28 (23x32), 1x24 Een geniepig bermbommetje blaast de zwarte defensie (schijven 2 en 3) op.
14- 38-32 (36x40), 32-28 (34x43), 37-31 (26x37), 46-41 (37x46), 19-13 (8x19), 23x5 (46x19 scherp), 5x24 Even een driepootje maken en klaar is Kees.
15- 23-19 (13x44), 33-29 (12x32), 29-23 (17x19), 26x6 (14x25), 47-42 (37x48), 6-1 (48x30), 1x24 Het begint met drie meerslagen, de eerste uit de wegtrek. Wit verricht ondertussen een slag+schuifpromotie. Een ideaal probleem, ware het niet dat het illustere duo 36/47 het uitzicht verstoort.
16- 39-33 (28x37), 23-18 (32x43), 21x41 (36x47), 18-12 (47x13), 12x3 (40x29), 45-40 (35x44), 16-11 (6x17), 3x24 De slotstand is aan de wat chaotisch ogende beginsituatie niet af te zien. Tijdens de rondslag (over zeven stuks) verorbert wit deze keer onder meer een in open veld geisoleerd geraakte zwarte dam. Wie wit verdenkt van winst met de beginzet 19-13 is gefopt, zwart slaat dan (28x19) en staat na het slaan gelijkwaardig, beweert 'Flits'.

b5 z26/wD27
Aankledingen van de slotstand z26/wD27 ontbreken ten enenmale in de Turbo Dambase. Aan mij het voorrecht om de primeur te mogen verzorgen.

17 18

19 20


17- 32-28 (23x41), 34x5 (25x45), 5x46 (12x21), 44-40 (45x34), 43-39 (34x43), 42-38 (43x32), 46x27 Een nogal voor de hand liggende aanpak, maar toch blijken er geen voorganger te bekennen, dus dan ik maar. De witte dam maakt twee bewegingen, als laatste een rondslag vanaf de eigen basisrij. Schijf 25 wordt na veel omzwervingen gekroond tot zondebok.
18- 43-39 (22x44), 24-20(35x33 lood), 17-12 (15x13), 12x3 (40x29), 49x40 (45x34), 32-28 (33x22), 14-10 (5x14), 3x27 Daar was eens een schijfje loos, in dit geval is het de verre zwarte die op 41 de kat uit de boom staat te kijken. De lamzak blijkt slechts kanonnenvoer, tijdens de ultieme uithaal door de witte dam is ie één van de acht.
19- 22-17 (13x42), 48x37 (31x42), 32-27 (21x32), 19-13 (9x20), 25x5 (12x21), 5x27 Voor wie van soberheid houdt kan het diagram net zo goed zonder de schijven wit 48 en zwart 31.
20- 50-44 (40x38), 33x31 (36x18), 23x12 (17x8), 19-14 (10x19), 24x4 (35x44 lood), 4-27 (15x24), 27x27 In dit geval bezigt de witte dam een zogeheten molenwiekslag (een rondslag die met identieke start en finish in meer dan een richting gedraaid kan worden) om de eindhalte te bereiken. Nood breekt wet: menige vroede vader zag in zo'n bewegingsvrijheid voor wit een vorm van bijoplosbaarheid, en dus werd het fenomeen 'keuzevrijheid van slagroute' vroeger met enige neerbuigendheid bejegend; de huidige generatie doet er minder spastisch over. Het kruipje er tussen doet de heilzame veroveringstocht van de themadam starten op het veld dat ook zijn eindbestemming zal zijn, een extra proeve van smeuiigheid.

b6 z35/wD34
Ook van type z35/wD34 was voor het ter perse gaan van deze rubriek (althans in TD) geen aankleding bekend. Drie serieuze diagrammen maken aan deze leemte een einde, de aandrang om er nog een vierde aan toe te voegen deed me een embryootje verwekken, een (onvol)wassen neus die op dia 21 schaamrood staat te blozen.

21 22

23 24


21- 36-31 (26x48), 7-1 (48x7 lood), 1x45 (5x14 lood), 45-50 (28x39), 50x34 Hoe is ie daar terecht gekomen die witte op veld 10? Welnu, dat lukt via het domme voorspel (13-19), 14-10 (19x28). Ook op 7 staat een opdringerige lelijkerd. Maar ja, vroeggeboortes kun je niks kwalijk nemen.
22- 34-29 (17x48), 29-23 (48x6), 23x3 (25x34), 3x50 (19x30), 15-10 (5x14), 32-28 (6x39 scherp), 50x34 Voor kritiek op schijf zwarts verre velder 44 kan de tekst bij dia 18 worden herhaald. Behalve dit valt er op dit probleem weinig kritiek te leveren: de beweging 34-29-23x3 mag worden gezien.
23- 42-37 (31x42), 47x20 (36x47), 46-41 (47x36), 17-11 (26x10), 15x4 (36x6), 4x50 (25x14), 32-28 (6x39 scherp), 50x34 Hoewel de afwikkeling totaal verschilt voelt deze aan als familie van zijn voorganger. Ook een witte dam naar veld 50 en ook een zwarte dam naar veld 6 en dan naar 39 als eerste prooi in wit zijn veeg over vier.
24- 37-31 (40x38), 32x43 (21x23), 18x29 (24x44), 15x4 (7x18 indien 26x37: 4-15 enz.), 4x50 (26x37), 16x7 (1x12), 48-42 (37x39), 50x34 Met een geoliede zettenreeks zet wit koers naar het heetste moment uit dit ding: zwarts slagdilemma op de vierde zet.

b7 z36/wD37
Thematype z36/wD37 is niet zo weerbarstig bewerkbaar als de types b2 t/m b6. Ik telde de computervoorraad er op na: negentien stuks in TD en dan nog een handjevol eigen werk. Om de witte dam op veld 37 tot stilstand te brengen zijn de principes van de coup Turc niet nodig; zwart is met zijn slotschijf dermate ver opgerukt dat wit zich de (eventuele) vrijheid om verder door te slaan niet kan permitteren. Bij de twee laatste voorbeeldproblemen is het trouwens geen slotslag maar een schuif van de dam naar zijn oppositieveld. Het zijn eigenlijk minimotiefjes.

25 26

27 28


25- 17-11 (7x16), 32-28 (23x41), 42-37 (41x32), 27x38 (16x36), 50-44 (33x42), 44-39 (34x43), 25x3 (45x34), 3x37 De zwarte themaschijf op 36 wordt keurig gebracht. Het slagsysteem dat daarvoor gebruikt wordt ligt voor de hand en is alledaags.
26- 27-22 (16x49), 22x2 (34x43), 25x23 (45x34), 48x30 (49x18), 2-16 (35x24), 15-10 (5x14), 28-22 (18x27), 16x37 De diagramstand oogt niet lekker, maar in de afwikkeling vertoont deze compositie meer en mooiere actie dan zijn voorganger; bijvoorbeeld de damschuif 2-16, die van de oplosser wel even zoeken vergt. De stilstaande themaschijf 36 fungeert als lingerie, hij steunt en separeert.
27- 17-11 (19x48), 11x2 (45x23), 2x46 (26x17), 47-42 (48x37), 46x26 (31-36), 26-37 Het motiefspel is hier enkel een gedwongen schuifje opzij. Met witte dam op 26 kwam ik dat niet eerder tegen, wel met die dam op 48 (zie nr. 28) voor de eerste keer bewerkt in 1949 door Jan Pennings.
28- 29-23 (18x20 taaist), 30-24 (20x38), 43x5 (37x48), 5-46 (48x25 lood), 49-43 (25x48), 44-40 (45x34), 47-42 (48x37), 46x48 (31-36), 48-37 Mocht zwart liever direct (23x43) slaan, dan wint wit af wel door overmacht of net zo als in de hoofdvariant met 43x5 (37x48), 5-46 (48x25), 24-19 (13x24), 49-43 (25x48), 44-40 (45x34), 47-42 (48x37), 46x48 (31-36), 48-37

Daarmee zijn we wel klaar met de horizontale hap. Een volgende keer (na de zomer) gaan we verder met allerlei diagonale opposities van een witte dam tegenover een zwarte schijf aan zet (zie boven voorbeelddia c). Pieter