BLADMUZIEK (33)
derde kwartaal 2013
door Pieter Kuijper

HET OPPOSITIETYPE: ZWARTE SCHIJF GEBLOKKEERD DOOR WITTE DAM (deel 3a)

De Bladmuziek edities 30 en 31 vormden de eerste twee uit een reeks verhalen over "schijf tegen dam oppositie", (niet zijnde z37/wD47). Ik behandelde daarin resp. de verticale oppositie (plaatje a) en de horizontale (plaatje b).

a Verticale oppositie b Horizontale oppositie

c Diagonale oppositie d Diagonale versperring


Diagonale oppositie hoofdstuk 1: witte dam aan de bordrand, geen motiefspel
Deze en de twee volgende keren gaat het over oppositietype c, waarin een witte dam de verdere voortgang belet van een zwarte schijf die geplaatst staat op het einde van dezelfde diagonaal. Vandaag eerst maar eens aandacht voor de meest elementaire uitvoering, met ook wit zijn dam op een randveld, zo ver mogelijk dus verwijderd van de zwarte opponent. De volgende keer (in deel 3b, staat op de agenda voor bladmuziek 34, vierde kwartaal 2013) gaan we diagonale opposities bekijken met de witte dam op een los veld, niet aan de bordrand. Alle probleemvoorbeelden in 3a en 3b presenteren de thema slotstand als direct gevolg van een slagcombinatie; pas in deel 3c (waarmee ik de wintereditie, bladmuziek aflevering 35 hoop te vullen) krijgt u motiefbewerkingen te zien.
Er zijn acht posities mogelijk die voldoen aan de gestelde voorwaarde: beide themastukken zo ver mogelijk van elkaar verwijderd, allebei aan het einde van de blokkade diagonaal. De lezer krijgt van elk van deze acht slotstanden twee bewerkingen te zien, in de voorste staat zwarts laatste schijf bij aanvang al op zijn eindplaats, in het rechterexemplaar wordt die schijf tijdens de ontleding gebracht.

a. z5/wD46

01 02

1. 33-28(24x22), 44-40(10x19), 32-28(23x41), 20-14(26x48), 14x3(48x30), 35x24(45x34), 24-20(25x14), 3x46 De afwikkeling (vooral het plakken in de rug op 14) is best wel interessant, maar het kijkplaatje vertoont een jammerlijk ongerief: geen dekking voor de voorpost op veld 45. Het zwarte motiefstuk blaast zijn partijtje mee zij het passief, hij vormt het steuntje in de rug dat schijf 10 nodig heeft.
2. 27-21(33x24), 22-18(12x41), 21x3(36x27), 15-10(14x5), 3x46 Ook dit probleem heeft inhoudelijke kwaliteiten, na de slimme blikopener (de schuifzet naar 21) wordt veld 12 met een soepele meergever ontruimd. Schijf 14 moet terug naar themaveld 5, dat is op het eerste gezicht al duidelijk.

b. z6/wD50


03 04


3. 27-21(16x29 of 36x29 het maakt niet uit), 39-34(36x18 of 16x18), 34x3(11x22*), 3x17(35x44), 17x50 Ook niet voor de poes is *, de andere slagvariant (35x44), 3x50(11x22), 50x17 met diagonale oppositie door een dam vanaf niet vanaf de bordrand, het gespreksonderwerp van de volgende aflevering. Ook hier zien we weer een ondersteunende functie voor de zwarte motiefschijf
4. 33-29(24x22), 42-37(31x33), 36-31(26x28), 21x3(35x44), 16-11(17x6), 3x50 Het publiek krijgt een spectaculair buitelsysteem voorgeschoteld (een pirouette achterlangs), een techniek die in de damproblematiek vaker wordt gebruikt, trouwens ook op andere plekken op het bord.

c. z15/wD47

05 06

5. 22-18(13x42), 41-36(27x49), 36x18(20x29), 18-13(49x35), 13x2(35x8 of 35x13), 2x47 De diagramstand is ontstaan na een merkwaardig voorspel (25-30), 24-19(9-13), 35x24(14-20). De activiteit van het witte themastuk (41-36x18-13x2x47) mag er zijn.
6. 15-10(4x15), 27-21(16x38 het maakt niet uit), 48-42(23x41), 42x4(36x27), 4x47 Deze kan ook met zwart 4 op 24 en wit 15 op 25 en de beginzet 25-20, terwijl de witte schijf 48 ook op 47 mag. Maar dan mis je het verschijnsel dam op bezet veld, dus is het verhaal technisch inhoudelijk van minder niveau. Het slag- en plaksysteem is bekend in de problematiek en werd (zo bleek me achteraf) eerder o.a. toegepast in een vergelijkbaar werkje van Z. Nakomi (een wel heel exotische schuilnaam van de vermaarde R.C(ees) Keller) in le Monde Damiste van januari 1976.

d. z16/wD49


07 08


7. 43-39(22x42), 34-29(33x44), 41-37(42x31), 29-23(18x20), 25x5(35x24), 5x49 Een eenvoudig en emotieloos werkje. De zwarte schijf op 16 houdt de materiŽle verhouding in balans maar is feitelijk overbodig.
8. 44-40(37x39), 16-11(35x44 het maakt niet uit), 11-7(2x22), 27x7(36x16), 7-2(33x42), 2x49 Deze heeft meer te bieden dan zijn soortgenoot op dia 7: door middel van een schuifzet haalt wit dam op een bij aanvang bezet veld.

e. z25/wD48

09 10

9. 34-29(45x32), 27x38(24x42), 35x4(16x27), 22x31(13x11), 4x6(36x27), 12-7(2x11), 6x48 Zoiets noemen ze een half-automaat, na de beginzet loopt ie gedurende vrijwel het hele slagspel vanzelf. Omdat de ongedekte zwarte schijf 45 bijdraagt aan een aardig meerslagfeestje zullen we hem zijn onooglijke startplaats maar niet te zwaar aanrekenen.
10. 39-34(26x46), 34x3(46x23 gedwongen), 33-29(24x42), 25-20(14x25), 3x48 Wie meent dat wit ook positioneel uit de voeten kan (door 31-27 of 41-37) heeft het mis, 'Flits' geeft zwart zat verdedigingsmogelijkheden tegen de dreigende tussenloop. De verplichte maar kansloze slag van de zwarte dam naar veld 23 verschaft dit kleintje bezienswaardigheid.

f. z26/wD48


11 12


11. 13-8(3x23), 19-13(37x48), 14-10(4x15), 47-41(36x47), 38-33(47x29), 24x2(15x24), 44-40(45x34), 39x27(48x8), 2x13(31x42), 13x48 De stand vraagt om een verklaring, en die is er: 12-8(1x3),48-42(16x7),17-11(6x17). Een kind kan de was doen. Maar afgezien van deze gekkigheid heeft dit probleem best wel iets bijzonders te bieden: de dubbelslag van de witte dam 2x13x48 lijkt me een unicum
12. 27-21(18x29), 15-10(23x41), 34x23(45x43), 10-4(17x26 voor de scherpte), 4x6(19x28), 6x48 En wederom even zeuren over de misplaatste zwarte op veld 45; zonder die exhibitionist verdiende dit probleem misschien wel een evergreen status. Stiekem achterlangs naar dam glijden met schijf 15 is een beproefd recept, in dit geval met een extra aangename streling van de papillen omdat er op veld 10 een wachtpauze is ingelast.

g. z35/wD49

13 14

13. 32-28(23x11), 21-17(12x32), 37x28(26x46), 47-41(46x49), 42-38(23x43), 48x39(34x43), 25x1(45x34), 1x45(49x40), 45x49 Wie af en toe een probleem opsnuift vindt dit volle geval met zijn (op 45 na) keurige beginstand een lekker ding. Vijf meerslagen op rij, het kan niet op. De auteur zelf is minder enthousiast, want het bewerkte slagsysteem (schijf 34 er uit wippen en met 25x1 profiteren van 45x34 en 49x40) is wel heel erg vaak gesneden koek. Gelukkig is er een klein pluspuntje dat me wel bevalt, de plaatsvervanging op veld 49: de witte dam eindigt daar waar de zwarte begon.
14. 47-41(23x43), 37-31(36x47), 31x2(47x29), 35-30(24x35), 2x49 Een ei hoort er bij. Sorry voor dit niemendalletje, het is de eenvoud gekroond. Tot overmaat van slapte begint wit ook nog eens met een schijfje in de min.

h. z36/wD47


15 16

15. 43-39(37x48), 15-10(48x18), 10x30(35x24), 22x2(31x42), 2x49(16x27), 49x16(12x21), 16x47 Wit maakt met zijn dam maakt een ononderbroken slagenreeks van drie op een rij, dat ziet men niet zo vaak.
16. 39-33(28x39), 34x43(38x49), 14-9(3x14), 19x10(5x14), 41-37(32x41), 36x38(49x19), 24x2(35x33), 2-16(27x36), 16x47 Ook in dit werkje pleegt de witte dam zijn slotslag niet vanaf het promotieveld; eerst maakt ie een schuiver. De manoeuvre 2-16x47 werd (zo telde ik in de geschriften) twee maal eerder in de damproblematiek gehanteerd en is dus zeker geen afgegraasd gebied; ondanks de wat wild aandoende diagramstand vind ik deze bewerking van die actie best wel fantasierijk.

Tot zover de witte diagonale oppositiedammen aan de bordrand. De volgende keer staan ze op een los veld. U leest me weer in oktober. Pieter.