BLADMUZIEK (20)
zomer 2011
door Pieter Kuijper

a b c

Kijk eens mee naar de standjes hierboven. a: je bent zwart en aan zet en je hebt enkel de beschikking over die eenzame schijf daar op 40, die het moet opnemen tegen een witte dam op veld 28 of een van de andere bovenste velden van de 6/50 triktrak. Volk van vlees en bloed zal misschien zonder verder spelen er de brui aan te geven, maar wij van de damproblematiek steken zo niet in ons vel. Doorploeteren tot het bittere einde is het consigne, (40-45) dus, en met een schuif van wits dam naar 50 wordt zwart vastgezet: elementaire opsluiting (b). Je kunt ook, minstens even ludiek, de gifbeker ledigen met de slok (40-44), in dat geval slaat wit zijn dam naar 50 en is wat zwart betreft het materiaal opgesoupeerd: een witte damnaturel resteert (c). Standje a kent dus twee scherpe varianten. Heel veel damproblemen (onder andere alle Guerra's) eindigen op dit slotthema. Van mijn eigen productie zijn het er ruim 600, zo'n 20%, en vermoedelijk zal dat percentage wel het algemene beeld zijn.

Het verschijnsel dat zwart in het besef van het naderend einde, om aan een onnodig lange en kansloze lijdensweg te ontkomen en tevens als eresaluut om zijn opponent aan een technisch scherpe winstvariant te helpen, zich ongedwongen en goedertieren naar de teloorgang offert, dat fenomeen is door de theoretici van weleer ooit bekroond en verguisd met de spotnaam 'harakiri'.
Het genoot van meet af aan bijzonder weinig populariteit; de oude zedenmeesters plachten hun wenkbrauwen te fronsen.
Vandaag bezorg ik pleit en breek een lans, wellicht gloort er hoop en weet een jongere damgeneratie een snufje morbide humor meer te waarderen.
In de voorjaarsrubriek zegde ik al aan dat 'harakiri' het onderwerp van deze aflevering zou vormen. Ik schuw die nickname met zijn bloederige associaties niet, maar als westerse jongen prefereer ik eigenlijk kiesheidshalve de omschrijving 'milde afloop'.
Met achttien problemen op diagram (en daaronder de motiefjes waarin het allemaal gebeurt), voorzien van korte toelichtingen, probeer ik wat orde en inzicht in het onderwerp te bieden. Je zult ervaren dat het allemaal nog niet zo helder definieerbaar is. Het heeft er de schijn van dat de regelgevers zich, ondanks hun prehistorische bezwaren, tot nu toe niet al te omstandig in de materie verdiept hebben.

Het is zomer, clubspelers staan damdroog, en om qua bord en stukken niet geheel en al afgekickt te raken raad ik je warm aan, geheel in de sfeer van het seizoen, om weer zelf aan het oplossen van de problemen te slaan. Voor de luiwammesen en voor andere minvermogende types biedt de button 'auto' als vanouds steun en uitkomst. De diagrammenreeks gaat van start met vijf voorbeelden van de meest basale vorm van harakiri: na de door zwart verkozen vlotte afloop resteert op het bord slechts ÚÚn enkele witte naturelle schijf.

1 2 3

1h 2h 3h

- Probleem 1 voert ons na de slagafwikkeling (waartoe ik gemakshalve ook reken de daaropvolgende gedwongen afname van de witte dam) naar het aan de harakiri voorafgaande moment dat je ziet op het hulpdiagram 1h. Twee schijven bleven er over, en zwart besluit dat het zo wel mooi genoeg geweest is: (12-17). Niet nodig, maar wel elegant. Na (12-18) zou wit zijn wandeling naar winst voor het uitkiezen hebben en daar doen we in de damproblematiek nu eenmaal niet aan, de gang van zaken moet eenduidig zijn.
- In de lekker kleine compositie op dia 2 wordt na lichtvoetig slagwerk de kritieke levensfase van schijf tegen schijf 2h bereikt, ook nu versmaadt zwart de gladiolen, liever reikt hij wit de applaudisserende hand met (13-19).
- Pot 3 schaft evenmin zware oploskost, na het combineren verschijnt standje 3h op het bord, opnieuw schijf om schijf maar nu met zwart in een wat meer hero´sche rol want hij kan kiezen uit twee harakiri's, of wel meteen maar de kop op het blok (7-11), of nog een laatste stuip trekken met (7-12) en na wit 16-11 alsnog de pijp aan Maarten geven: (12-17).


4 5 6

4h 5h 6h

- Om dia 4 naar winst te voeren is heus geen heksentoer. Na het slaan blijft standje 4h over, een geval van twee tegen twee schijven waarin zwart zijn materiaal maar liever vlug in het doosje dropt met behulp van een vrijgevig offerruiltje (7-12,2x11).
- Dia 5 lanceert een zwarte dam op de lage triktrakdiagonaal in twee trappen naar veld 11 en betrekt aldus wits schijf 6 bij de lotgevallen van dia 5h. Eerst een ruil (7-12) en dan maar fluks (8-12), met dat louterende plan kiest zwart voor de milde afloop.
- Bij het oplossen van dia 6 kan menigeen volgens mij wel een beetje hulp gebruiken en dus een hint: wit begint met een stille zet en forceert zwart daarmee om weg te lopen. Is het natuurgeweld (gedonder met een hyperactieve zwarte dam) eenmaal opgetrokken dan kom je bij hulpdia 6h terecht, waarin zwart met een schijfje voorsprong niet wenst te zieltogen maar zijn heil zoekt in de vlucht naar terminale oppositie via het dubbele offer (9-14,20-24,25x34) en 49-44. Je ziet het, de noodhulp wordt hier zodanig verleend dat na afloop nog zwart hout overblijft. Om deze of gene reden hebben de oude denkers nooit de duiding 'harakiri' willen verbinden aan su´cidale handelingen met zwart restmateriaal; geneerde men zich indertijd voor het verholen wegwerpgebaar? Mij lijkt het, gezien de teneur van het zwarte spel, logisch om 'harakiri' in ruimere zin te definiŰren.


We hebben inmiddels het voor de eerste vijf dia's geselecteerde elementaire onderzoeksgebied verlaten en het wordt tijd om een witte dam als finalist bij de doodssnik te betrekken.

7 8 9

7h 8h 9h

- Dia 7 zou ook, en volgens menige oude gezagsdrager beter, kunnen worden opgedist met de zwarte schijf 5 op veld 4 die dan straks naar 15 gaat slaan. Inderdaad waar, maar qua problematieke belevenissen heb je dan niet veel meer dan een paskwil. Op 7h zie je de consequenties, de zwarte schijf op 14 laat zich goedmoedig offeren door een onverplichte schuif naar veld 20, zou ie (zoals in de onomstreden tekstversie) op 15 staan dan is er van vriendelijkheid geen sprake.
- Op dia 8 doen we er een schepje bovenop, beide casuele zwarte basisvelden zijn bij aanvang bezet. Eventjes vlot afwikkelen (trouwens een heel wat rijkere inhoud dan zijn voorganger) en kijk daar krijgen we dia 8h met zowaar twee harakiri offerandes.
- Na afloop van de combinatie van dia 9 (ook voor de beginnende probleemliefhebber is die niet moeilijk te vinden) blijkt de gezindheid tot genade op de diagonaal 3/25 nog een maatje guller te kunnen. Zwart verwent met maar liefst drie cadeautjes; om zijn doel, de vlijmscherpe assist, te realiseren moet hij wel als eersteling schijf 14 van de trojka voor de witte wolf werpen.
Een bewijsbewerking lijkt me niet nodig, maar nogal wiedes kan de witte dam met hetzelfde effect ook blokkeren vanaf de andere punt van de diagonaal, basisveld 3.


10 11 12

10h 11h 12h

- Na het combinatiespelletje (slag+schuifpromotie) van dia 10 zal zwart uit lijfsbehoud eerst nog een beetje tegenstribbelen, maar prent 10h is onvermijdelijk; met het meedogende harakiri tweegevertje (34-40) verricht de loser ten slotte wonderen.
Ook in de gespiegelde lookalike motiefpositie (wit schijf 46 en dam 26 tegen zwarte schijven 31 en 37) krijgt de overwinnaar een behulpzaam handje toegestoken (37-41); in dit geval bekort zwart diens via dolorosa echter niet en dus (dat concluderen althans de geleerden) is de term 'harakiri' dan niet van toepassing.
- Nog niet zo simpel oplosbaar is dia 11, want je stinkt er zomaar in. In de loop van het slaggedeelte moet wit toch echt eerst, voorafgaand aan 44-40, schijf 25 mee offeren (anders komt na 38x9 die witte schijf daar al te bloot en kwetsbaar op het bord).
De gecastreerde Guerra op dia 11h onttrekt zich kennelijk aan de kritiek; al vanaf 1939 wordt ie met enige regelmaat bewerkt, volgens mijn info een keer of twintig zelfs, heel wat vaker dan het harakiri-ongevoelige alternatief (z.a.z. met witte dam op 16).
- De snotneus op 12 doet iedereen uit het hoofd tot je bij 12h bent gearriveerd. En dan dus (17-21 enz.), wat is ie toch lief....

13 14 15

13h 14h 15h

- Op 29 maart 1986 stond in Het Parool de voorganger van dia 13 in het PS-katern; dat was een larmoyant geval want er zat een falende dwangzet in. Na lang zwoegen vond ik een zeer acceptabele reparatie, ziehier, waarin het nog dwangmatiger toegaat dan in de oude miskleun. Meer informatie vooraf geef ik de brave oplosser niet, wees voorbereid op een pittig karwei. Wie de ontraadseling vindt of spiekt ziet aan het eind plaatje 13h tevoorschijn piepen met de uiterst galante variant (16-21). Hoewelů., zwart hoeft niet noodzakelijk snelle diensten te verlenen om wit aan scherpe winst te helpen, wellicht verkiest ie de ondergang op de vork (14-19),4-27(19-24),27-38(24-30),38-43(30-35),43-49(16-11),49x16(35-40),16-11 en bezie nog eens de beginregels van dit artikel. Wanneer men, zoals hier, bij meerdere scherpe afspel mogelijkheden het korte 'harakiri' spel wenst te bestempelen tot b-keuze variant, dan kan ik daar vrede mee hebben.
- Lekker licht verteerbaar na de zware kost van daarnet is dia 14, zo van het blad af te lezen. We stoppen even bij plaatje 14h, met een witte dam die naar twee kanten hout dreigt te veroveren, en beide gaten tegelijk dichten dat gaat nu eenmaal niet. Men noemt dit technische foefje 'La÷co÷n' naar de hoofdpersoon uit een stukje Griekse mythologie. Het verhaal gaat over de toorn van de godin Athene (dat was me er eentje), die verslindende zeeslangen uit alle hoeken en kieren van de oceaan liet opduiken, monsters waaraan voor de priester in kwestie en zijn zonen niet te ontkomen viel. Een beklemmende vergelijking.
Want inderdaad, er zijn slotstanden bedacht met legio (ik dacht van wel acht of negen) losse zwarte schijven op het bord die van twee kanten in de rug door een witte dam bestookt worden en waarin ondanks zwart aan zet alle redding is uitgesloten. Deze hier is dus maar een heel bescheiden dingetje, zwart zoekt zijn laatste toevlucht en wits enige scherpte in (21-27).
- Diagram 15 kent een soepel verloop, je arriveert moeiteloos bij 15h. Zwart rest daar niets dat zo rustgevend is als met (45-50) naar dam te schuiven, na wits opvang 1-6 is het uur van de ware mildheid geslagen omdat zwart voor zijn dam als laatste rustplaats veld 11 uitkiest. Onder nummer 17 zie je straks nog zo'n geval waarin de plek die zwart voor de teloorgang van zijn dam uitkiest een smaakmakende blijkt te zijn.

16 17 18

16h 17h 18h

- Als je na het kalme slagspel van dia 16 (er lijkt een mogelijke verwisselbaarheid van zetten in te zitten, maar pas op ..) bij 16h bent uitgekomen bedient zwart (overwegende dat de vlucht vooruit geen baat meer brengt) zichzelf sacramenteel (of -taal?): (6-11,11-17,16x7), enigszins op de manier van 4h, maar hier met een witte dam als eenzame triomfator. De zet (6-11) brengt weliswaar de harakiri in gang maar is per definitie niet meer dan het voorafje (vergelijk 5h en het inleidende ruiltje).
- Zo decent, 't had wel een stand uit de partij kunnen wezen, dat plaatje 17. Niet moeilijk te vinden ook, tenminste als je weet dat er iets in zit. Het finisht op diagram 17h, dat ik twee nummers geleden al tipte als interessant. Zwart kan hier zijn dam offeren in het verre veld (op 10,14 of 19) en dan gaat ie vanwege 47-42 ten onder aan oppositie van verre. Misschien is dat in de terminologie van de officiŰle kringen geen harakiri (commentaar bij 6), maar zwart heeft een alternatief plan van overgave ter beschikking: (12-18) en laat wit dan de rommel maar opruimen. 47-41(46x10 of zo),5x18 en nu alsnog grootmoedig (7-12).
- De positie op dia 18 oogt weliswaar heel wat minder natuurlijk, maar daar staat een sprankelende afwikkeling tegenover. Lang niet gek, die manoeuvre 19x8-2 die wit op het bord weet te toveren. En die (daar heb je hem weer) La÷co÷n van dia 18h, waarin zwart in ultieme machteloosheid maar ook als jubelend afscheid, met (34-40) toewerkt naar de oppositie. Harakiri?
De lezer mag het zeggen.

Die ontdekte al dat niet elke zwarte opofferingsgezindheid onder de theoretische noemer 'harakiri' valt. We beperken ons tot het motiefspel, om in de definitie te passen dienen we al in de eindfase te vertoeven, na afloop van het slaand combineren. Problemen waarin zwart direct na de beginzet in arren moede het heft in eigen handen neemt (zogeheten zwarte problemen) vallen buiten de begripsomschrijving, en dat geldt eveneens voor problemen waarin zwart tijdens de slagfase genoopt wordt om bij wijze van contra-attaque ook zelf aan het combineren te slaan.
Anders dan het praktische wedstrijdspel is de damproblematiek een taakstellende activiteit. In damcomposities wordt een opdracht tot uitvoering gebracht, en die opdracht luidt (doorgaans, en in elk geval nu): wit begint en wint, scherp en eenduidig.
Wit wint doordat zwart verliest en de spelregels zeggen dat verloren wordt door degene die aan de beurt zijnde niet kan zetten.
Welnu, dat onvermogen om een zet uit te voeren doet zich voor in slechts twee omstandigheden. Of wel: zwart is total loss, heeft geen materiaal meer om een zet uit te voeren. Of wel: zwart is onbeweeglijk vastgezet, zijn restmateriaal is opgesloten.
Laten we nog even terug scrollen naar de eerste alinea's van dit verhaal en de plaatjes aldaar, waarin zwart steeds aan zet is. Dia b toont een voorbeeld van opsluiting en op dia c is zwart blut. Beide situaties vloeien voort uit het qua spelregeluitleg en voor de damproblematiek o zo illustratieve diagram a; dat kent dus twee uitspeelvarianten en beide zijn van majeure relevantie. De offervariant komt neer op harakiri. Not-done? Ammehoela.