BLADMUZIEK (19)
tweede kwartaal 2011
door Pieter Kuijper

TWAALF NIEUWE DUO'S
Als finale van de lange reeks Bladmuziek rubrieken over reparaties en variaties bied ik deze keer uitsluitend hagelfrisse kost; koppeltjes van twee alternatieve bewerkingen van een achterliggend slagidee of motief worden voor het eerst en plein public in ťťn vloeiende behandeling gedoopt en gedefloreerd. Naar de oplossingen mogen de meest bevlogen vogels zelf op zoek gaan, consumptiever georiŽnteerde belangstellenden kunnen terecht onder de knop 'auto'. Kijk en vergelijk.

1a 1b


Het duo 1a+b maakte ik in mei 2007. Ze hebben het motiefspel gemeenschappelijk; dat dateert trouwens al uit 1940 en is het eerst toegepast door J.W. Konings. Zeg nu eens eerlijk, wie zou in kleutertje a, een damschooltje voor de beginnende oplosser, niet voor het vaderland weg zwarts fatale voorzet (31-36) hebben gespeeld? Dia b, ik kwam pas achteraf tot de ontdekking, blijkt vrijwel geen oorspronkelijke ingrediŽnten te bevatten, het is een stukje schaalvergroting van Konings' moederbewerking; bovendien bracht op 13 januari 1998 de BRT Teletekst een sterk gelijkende compositie ten name van Leen de Rooij op de buis. Zowel in a als in b slaat wit naar de een na bovenste rij en schuift dan naar dam, altijd een klein genoegen om mee te beleven. Wat betreft het motief, we lopen daar aan tegen het fenomeen 'harakiri' (d.w.z. zwart erkent de kansloosheid van zijn positie en is zo vriendelijk om wit aan een scherpe winstvariant te helpen). Deze rubriek enkel een kennismaking met het verschijnsel, de volgende aflevering van Bladmuziek (de zomereditie) zal geheel aan dat onderwerp gewijd zijn. Gedurende de bewegende beelden zet zwart zichzelf met de gulle geste (21-26) klem achter de 4/36 linie; het mag ook anders: a. het directe dubbeloffer (21-27), b. eerst naar 14 vluchten en na wit 31-26 het dubbelcadeau (14-20), en c. niet dat dubbelcadeau, maar liever de executie nog een wijle uitstellen met een tamelijk lang wandelparcours over het pad der smarten (21-27),36-3(14-19),3-9(27-32),9-4(19-23),4-15(32-37),15-10 en nu mag zwart het platform voor de witte triomfator bepalen

2a 2b


Ook het tweetal 2a+b heeft een vroegere bloedverwant in de familie, Anatole Uvarov liet in Dam Eldorado maart 1984 een bewerking van hetzelfde slagsysteem zien (d.w.z. als beginzet het foefje 27-21). Dat ik dia 2a al fabriceerde op 4 augustus 1980 geeft me geen rechten, dan had ik hem maar eerder in omloop moeten brengen. De passieve zwarte schijf van veld 6 mag niet op het appel ontbreken, zonder hem zou het geval kreupel gaan aan bijoplosbaarheid. Eind 2007 ontwierp ik dia 2b, door een zwarte op veld 22 toe te voegen gaat het materiaal voor het oog van de toeschouwer iets meer kroelen.

3a 3b


Plaatje a, de oudste van de dia's op 3, is eveneens een productie uit het jaar 1980 en sedertdien tot nu non-stop op non-actief. Met de wending (45x34),39x19(14x23),25x5 gaan beide uitvoeringen naar hetzelfde plakmotiefje. Bewerking a doet dat mooier met fraaie inleidende dwang en het damslagoffer 1x40, maar b oogt wat minder wereldvreemd door de dekking voor die verre zwarte op 45, en vanwege het ontbreken van de betreurenswaardige toevoeging van dood hout op 4.

4a 4b


Tussen beide 4-tjes ontwaar je amper gelijkenis, 4a zou je eerder verwachten als metgezel van de dia's 2 uit de vorige rubriek. Maar toch heeft dit duo een belangrijke gemeenschappelijke factor: de finale met die ambitieuze zwarte schijf op 41 die in alle vrijheid de troon zijner keuze mag bestijgen maar niet aan de scherprechter zal ontkomen

5a 5b


Neem ik mezelf de maat dan is het tweetal op 5 niet helemaal je dat geworden; maar het motiefthema is zo stug en moeilijk bewerkbaar dat ik clementie mag vragen. Diagram 5a kan net zo goed met de witjes 27 en 29 op 21 en 33 en de beginzet is dan 33-29, voor dia 5b heb ik (nog) geen standverklaring gevonden, slakkentelers prefereren bij zo'n waterstand wit 20 op 10 en zwart 25 op 5 (dan lukt het verklaren wel, maar de manier waarop is pijnlijk aanstootgevend). De wortelstok die a en b verbindt is de eindfase waarin zwart verplicht is om er op 43 tussen te lopen; de taferelen daarna zijn inmiddels bekend.

6a 6b


Van september 2006 dateren de beide 6 dia's, ze vertonen een flinke overeenkomst. 6b met de slimme ontruiming van veld 23, waardoor het combineren naar dam op 1 veel meer verborgen is, levert het sterkere staaltje problematiek. Interessant is dat het de zwarte dam niet helpt om in plaats van naar 16 naar 21 te slaan; ook in dat geval maait de witte Hein vanaf veld 45 met de seis rond, maar dan na het venijnige vooroffer 37-31!

7a 7b


De dia's 7a en b zijn gemaakt in 2007 en geŽnt op dezelfde finale, waarin zwart weer in onmacht wit de helpende hand reikt; de manier zoals het hier gebeurt is waarschijnlijk nieuw, althans ik vond die noodsprong in de mij bekende bronnen niet terug. De beide composities hebben behalve het afspel verder niets gemeen. Plaatje b is zowel qua vorm als inhoudelijk verheffender dan het kleinere ding, maar ja dat heeft de motiefdam dan weer op het 'mooi bloot is niet lelijk'-e veld 8 in plaats van saai op 2.

8a 8b


De beide plaatjes 8 kunnen het in principe stellen zonder de zwarte schijf op 16, maar dan verspeel je jammerlijk een slinkse passeerbeweging achterlangs, het hoogtepunt van de slag+tippeltocht vanaf 24 naar promotieveld 2. Zwart finisht opnieuw zwaar suÔcidaal maar uiterst behulpzaam. De meer flamboyante aankleding van de kerncombinatie is te zien op 8a met twee witte kleefschijven op 34 en 39 en een bijzondere positionering van de zwarte dam op 38; in 8b gaat het er wat kalmer aan toe.

9a 9b


Het span op 9 dateert (net zoals dat op 8) uit het conceptiejaar 2008; de beide plaatjes zijn verwant qua combinatie en afspel. Wat is aangenamer, de prikzet 20-14 bij a of de vrijgevige vierslag van b, Joost mag het weten. De justificatie van beginstand b is simpel maar raar: zwart speelde (11-17) en sloeg na wits 44-40 stupide (17x26). Na de witte rondslag naar 2 heeft zwart het voor het zeggen, maar daar komt ie niet mee weg.

10a 10b


De afgelopen zomer ontwierp ik beide dianummers 10, pas tegen het einde van de afwikkeling beginnen ze op elkaar te lijken. 10a zou pas echt prima ogen als die vermaledijde zwarte op 36 er niet zo doorbraakbelust bij stond; in 10b zie je een zwarte dam met een paar niet-alledaagse bewegingen, 47x50x33. Maar het gaat om het motiefstandje, in a ingeleid met de voorzet (22-28) en in b met (2-7). Zo was het (ik heb er de digitale bestanden op nageslagen) tot nu toe nog niet gedaan, en wie weet mag ik dus hulde claimen voor (28-33, plak) plus het bijtrekkertje D34-39,48-43.

De duetten 11 en 12 fungeren als opstapje om na de zomer weer verder te gaan met het thema "dam 47 tegenover schijf 37"

11a 11b


Ook de dia's 11, gemaakt in de zomer van 2009, ontlenen hun gelijkenis aan hun staart. 11a is de meest obligate van de twee; dia 11b, met voor zwart een akelige keuze, is veel aardiger en toont ook beter, duidelijk het vlaggenscheepje van de twee.
Tijdens de afwikkeling van de motiefstand na wits dam op veld 4 staat de witte schijf op 23 bijna in de weg, wegruilen die hap

12a 12b


De nummers 12 voeren ook weer naar onze befaamde finale, en hoe!. In 12a offert wit in de slag zijn dam op 30 en verschijnt kort daarna een wel heel doodgewoon, haast vulgair zes tegen zesje op het bord. Op dia 12b de uitsmijter van deze rubriek, met zijn opdringerige stoottroeper op 44 foltert zwart de kijkers, maar dat vergeet en vergeef je als je aan het afwikkelen slaat. In het motief is zwart aan de beurt met een gedwongen ruil en een plak, en daarna de witte damschuif vanaf 36 naar blokkade, zo is de finale een ware happening.