BLADMUZIEK (13)
tweede kwartaal 2010
door Pieter Kuijper


We gaan verder met de serie "witte dam op 47 tegenover zwarte schijf aan zet op 37" en zijn toegekomen aan deel zes,
waarin opnieuw de zwarte motiefschijf op veld 37 onder het vergrootglas komt te liggen.
En weer wordt er bekeken met welke actie die schijf op zijn eindbestemming zou kunnen zijn terecht gekomen.
Ga er maar voor zitten, het wordt een lijvige rubriek.
De vorige keer toonde ik een aantal probleem gevallen zonder beweging vooraf, schijf 37 stond al van meet af aan op zijn plek.
In deze en komende uitzendingen wandelt de zwarte schijf naar zijn laatste rustplaats 37, doet ie een voorafgaande schuifzet.
Voortaan dus alleen nog maar werkjes waarin Kees na het slagwerk nog niet is klaargekomen, er volgt nog wat naspel.
Die schuif naar 37 kan slechts op twee manieren, komend vanaf veld 31 (31-37) of vanaf veld 32 (32-37).
En dan heb je ook nog de ad libitums, uitzonderlijke gevallen waarin zwart in een eerder stadium de keuze had om zich naar 31 of 32 te begeven.
Die laatste soort komt het eerst aan de beurt: in deze en de volgende aflevering.
Let echter wel: niet tot de libietgroep reken ik standen als wit D3/zwart schijf 27 z.a.z. waarin zwart weliswaar in theorie de route mag kiezen,
maar slechts met de weg via veld 32 wit tot eenduidig scherp spel dwingt.

a 164 165

Het motiefstandje a is even vermaard als hoogbejaard; de Fransman Charles Alix bedacht het, al in 1860.
Zwart aan zet heeft de keuze uit vier mogelijkheden: hij kan het bedreigde stuk direct prijsgeven door (a 27-31), (b 27-32) of (c 14-20),
of maar liever wegvluchten met (d 14-19). Eerst maar eens kijken naar de voor het gespreksthema van deze rubriek minder relevante vluchtpoging (d 14-19),
wit prikt dan 3-9 (27-32), 9-4 en wint door de funeste dreiging 4-10.
Al evenmin redding geeft de heilloze martelgang (c 14-20), 3x25 (27-32 -want 27-31 geeft wit allerhande winstkeuze-), 25-20 (32-37), 20-47 en afgelopen.
Dus dan maar liever (a 27-31), 3x20 (31-37 -want 31-36 geeft wit winstkeuze), 20-47 en finito; ten slotte biedt (b 27-32), 3x20 (32-37), 20-47 ook geen uitkomst.
Het ad libitum thema: schuif vanaf veld 31 of 32 vind je dus terug in de varianten a en b.
Mij zijn (uit de Turbo-Dambase TD) slechts acht problemen bekend (en daar zit geen eigen werk tussen) waarin het slagspel rechtstreeks,
dus zonder verder motiefspel, eindigt op dia a. Het merendeel is nogal armetierig spul; steeds promoveert de witte dam op 3,
soms door een slag (bijv. 45x3) en soms door een schuif na voorslag (bijv. 50x8-3). Wat ontbrak is een slag met dam naar veld 3, een leemte waarin ik graag voorzag.
- Zie dia 164 (PKF 2945). Witte winst door 49-44 (40x49), 15-10 (49x19), 22-18 (13x31), 10-4 (16x27), 4x3 o.a. over schijf 31. Schijf 15 sluipt achterlangs naar dam,
aardig is dat ie onderwijl op veld 10 een beurtje blijft bivakkeren. Daarna damslag naar 3.
(de rondslag over schijf 31 is computertechnisch niet te maken, daarom moet je het laatste stukje zelf doen)

Bleef het motief van Alix dus een almost dry hole voor de rechtstreekse aanpak, des te heftiger inspireerde het de priegelaars.
Vooral belangrijk werd de uitbreiding er van door zijn landgenoot A. Yves le Goff, zie hierna. Maar eerst een eigen verdieping.
- In dia 165 (PKF 2977) haalt wit de buit binnen met 12-8 (2x13 gedwongen, kun je nagaan), 18-12 (27x20), 42-37 (31x42), 47x29 (36x47),
40-34 (47x24), 30x8 (39x30), 35x13. Het begin was een beetje ruig, maar nu komt het, zwart moet natuurlijk wel (11-17), 12x21 (16x27, want anders doet wit 13-9-3),
13-9 direct damhalen wint niet (3x14), 8-3 met dam op bezet veld.

b 166 167

Yves le Goff (voorletter A, zijn voornaam? ik zou het niet weten) bedacht in 1914 een fijnzinnige uitbouw van het Alix-motief.
Zie diagram b; daarin heeft zwart weer de keus uit vier handelingen, waarvan (d 14-20) logischerwijs geen bespreking behoeft.
Op (c 12-18) heeft wit de winst voor het uitzoeken, bijvoorbeeld 15-4 (18-23), 4-15 (23-28), 15-38 (14-19), 38-15 en er dreigt een fatale attaque op 10.
Ook (b 14-19) snijdt geen hout want wit kan met zijn haan dan op diverse manieren victorie kraaien, bijvoorbeeld 15-33 en na (12-18 -niet 19-23 want dan komt er een dreigende priem van achteren op veld 1-),
33-11 en de ruggenprik dreigt nu op 2 of 7. De hoofdvariant is dus (a 12-17) waarna wit het precies moet doen: 15-42. Zwart verdedigt nu op zijn aller taaist door (17-21),
hij moet wel op zoek naar de bordrand, zo niet dan volgt er altijd wel ergens een akelige dolksteek (men ga dat zelf maar na). En kijk, na 42-26 (21-27), 26-3 komt de ouwe oer Alix tevoorschijn gepiept.
In TD vind je zestien directe bewerkingen van Yves le Goff, waaronder diverse knappe producties; ik neem de vrijheid om daar een tweetal onderscheidende pekaatje aan toe te voegen.
- In dia 166 (PKF 2982) een prettig zalfglad verloop: 32-27 (36x47), 19-13 (47x44 of 50), 13x11 (16x7), 46-41 (37x46), 27-21 (26x17), 22x2 (44 of 50x13), 2x35 (46x19), 35x15.
We zien de in Le Goff verband nog niet eerder toegepaste actie 2x35x15. Beide zwarte dammen sneuvelen op de 2/35 diagonaal.
- Dia 167 (PKF 2957). Wit wint door 38-33 (30x19), 42-38 (31x42), 22x31 (13x22, 't maakt niet uit), 38x47 (26x37), 47-41 (37x46), 43-39 (46x12), 39x30 (35x24), 11x2 (22x11), 16x7 (1x12), 33-29 (24x33), 2x15.
De zwarte dam op 46 lijkt een onbestaanbare traktatie maar na een achterwaarts hakje krijgt wit het daartoe strekkende offer toch maar mooi voor mekaar.

c 168 169

Zestien rechtstreekse YlG-tjes staan er dus in de digitale annalen geregistreerd, een bescheiden aantal, maar TD kent een veelvoud aan uitbreidingen er van.
We werken de stand terug, en verplaatsen om te beginnen maar eens de witte dam naar veld 4, hij is nu aan zet en kan enkel winnen door 4-15.
Ietsje verder in zijn achteruit gaan we door een van de zwarte schijven naar zijn motiefplek te loodsen; dat doen we met de introductie van a. een schuif vooraf of b. een ruil vooraf.
a. de voorafgaande schuif. Motiefdiagram c toont (8-12), het vroegst (1939) door J.W. Konings vervat in een bewerking die terug te vinden is in het beroemde probleemmanuscript '1001 Miniaturen'
(we hebben het vast wel in onze clubbibliotheek). Twaalf aankledingen hikt TD bij (8-12) op. Andere schuifmogelijkheden zijn (7-12) van J.A. Pennings-1942 (met maar liefst vijfenzestig TD uitvoeringen)
en (9-14) van B. Springer-1959 (volgens de database slechts drie keer onderhanden genomen). En dan resteert nog de schuiver (10-14), maar die is onbewerkbaar.
Twee recente eigen bijdragen, waarin de motiefschijven komen aangeschoven vanaf 8 en vanaf 9. Voor een schuif vanaf 7 blader je terug naar Bladmuziek 10 dia 112 (PKF 1808).
- Plaatje 168 (PKF 2948) is piepklein en eenvoudig, oplossen uit het blote knarretje moet kunnen lukken. We zien wit winnen door 39-34 (30x28), 22x33 (36x47), 17-12 (47x45), 12x1 (45x12, de beste stopplaats), 1x4 en nu dus (8-12), 4-15 YlG
- Diagram 169 (PKF 2974) oogt als een overzichtelijke en niet al te ingewikkelde opgave. Na 42-37 (36x47), 37-31 (47x49), 31x2 (49x27), 26x8 (3x12), 48-43 (27x49), 45-40 (49x35), 23-19 (35x13, de minst pijnlijke),
2x4 komt vanzelf (9-14), 4-15 en de oude Yves. Een kind kan de was doen maar bij nadere aanblik gebeurt er toch wel iets opmerkelijks: kijk naar de rondvaart van de zwarte dam 47x49x27x49x35x13, een tocht met maar liefst vijf aanlegsteigers.

d 170 171

172 173 174

b. de voorafgaande ruil. Die heb je in allerhande soorten en maten, eerst maar eens de één om één ruilen, waarbij of wel:
- zwart slaat naar 12: (6-11, 1x12) J.C.R. Bus-1963 = diagram d, (7-12, 1x12) PK-2010, (8-12, 1x12) PK-2010, (7-12, 3x12) J.C.R. Bus-1963 en (8-12, 3x12) PK-2010, of wel:
- zwart slaat naar 14: (9-14, 5x14) PK-2010, (10-14, 5x14) PK-2010 en (10-14, 25x14) PK-2010.
Waarom de ruilen (7-11, 1x12), (19-24, 25x14) en (20-24, 25x14) op het appel ontbreken? Wel, ruilen is daar dom, die standen lopen zonder ruil naar remise.
Eerst vijf voorbeelden van een YlG inleidende ruil naar veld 12.
- In diagram 170 (PKF 2955) wordt diaatje d (6-11, 1x12) behandeld. Met die opstelling van alle drie de linker restschijven aan de bordrand leent dit standje zich het gemakkelijkst voor bewerking.
TD telt het enorme aantal van 142 stuks, waaronder ook vier oude pekaatjes, maar deze hier is kakelvers. Winst door 27-21 (40x49), 35-30 (25x34), 22-18 (13x42), 17-12 (49x19), 12x3 (26x17), 3x4.
Geen hoogtepunt uit mijn carrière, maar er valt mee te leven.
- Diagram 171 (PKF 2958) vertoont (7-12, 1x12) en dat bewerkte opmerkelijk genoeg niemand vóór ik me er onlangs op wierp.
Zo wint ie: 22-17 (12x21), 38-33 (39x46), 36-31 (46x19), 42-37 (19x41 of 46), 31-27 (21x32), 43-38 (32x43), 48x10 (5x14), 45x23 (41 of 46x19), 25x4.
Deze constructie heeft ietwat leentjebuur gespeeld bij een oude topper van Gerrit van der Linde uit De Problemist van juli 1964. De zwarte dam pendelt op de lange lijn er lustig op los.
- Heel anders gaat het er aan toe in dia 172 (PKF 2976). Wit wint door 16-11 (40x49), 35-30 (49x46), 30x9 (23x14), 42-37 (46x32), 27x38 (33x42), 22x4 en hier begint het motief al, eerste fase (42-48 gedwongen),
47-42 verrassend want het belet zwart toegang tot veld 37 wegens 11-7 en tot veld 31 wegens 3x36, dus in arren moede (48x26), 21-16 (26x12), 11-7 (2x11), 16x18 en de tweede motieffase is via (7-12) weer YlG.
- In diagram 173 (PKF 2983, de stand kan natuurlijk ook met 49 op 50) is er vaagheid of de schijfwinst door weglopen 41-36 ook toereikend is; een stevige plus, dat wel, maar genoeg voor winst? daarover liet Flits me na lang dralen in het ongewisse.
De auteursbedoeling is 32-27 (21x43), 48x39 (37x48), 39-34 (30x39), 49-44 (39x50), 35-30 (50x13), 30x17 (46x19), 15x4 en het hierop volgende Bus-ruiltje (8-12, 3x12) is meermalen bewerkt,
vijftien keer in TD te bezichtigen waarvan drie maal in de verdiepte variant wit schijf 26 en dam 4 tegen zwarte schijven op 1, 3, 14 en 21 (z.a.z. 1-7, 7-12 enz).
- Diagram 174 (PKF 2975). We doen 28-22 (27x7), 33-28 (24x11), 26x6 (19x28), 39-33 (28x39), 40-34 (39x30), 35x4 en weer loopt het uit op een tweetrapsmotief, zwart heeft geen taaier verweer ter beschikking dan (7-11), 6x17 (8-12) en de rest laat zich raden.
Een nogal krampachtig aandoend stukje, maar ik vond zo één twee drie niets beters. Eén om één met een offertje vooraf dus.

175 176 177

En dan nu een tritsje uitlopend op de één tegen één ruil naar veld 14. De fabricage, zo ondervond ik, was een hels karwei.
- Dia 175 (PKF 2978) is geen schoonheid om te zien met die verstekeling op veld 41, de stand valt te verklaren maar daar heb je capriolen voor nodig; moge het doel de middelen heiligen.
39-33 (26x37), 22-17 (13x22), 12-8 (2x13), 11x2 (22x11), 16x7 (1x12), 28-23 (19x30, het maakt niet uit hoe zwart slaat maar zo heb je wat meer effect: naar 4 met de witte dam wint niet),
35x4 (37x28), 2x46 (9-14), 46x10 (5x14), 4x15 en AYlG. In de ruil sneuvelt deze keer een witte dam, weer eens iets anders.
- Dia 176 (PKF 2979) lijkt me een heel goed gelukt product. Alleen de zwarte schijf op 45 staat er wat lamlendig bij. Wit wint via 33-28 (22x24), 38-33 (6x17), 33-29 (24x33), 32-28 (23x41),
16-11 (26x48), 11x4 (48x30), 35x2 (45x34), 25-20 (15x24), 2x46 (10-14 genadeloos), 46x10 (5x14), 4x15. Opmerkelijk moment: de slag 11x4, dat kan niet naar 2 want dan moeten we de volgende beurt een vierslag met dam nemen en is de winst verkeken.
- Dia 177 (PKF 2980) confronteert de toeschouwer met het zebrapad 15 t/m 47. Dat tart het oog, maar voor de bewerking van de bijna onuitvoerbare ruil (10-14, 25x14) viel aan een visuele concessie niet te ontkomen.
18-13 (8x26), 12-7 (1x12), 17x8 (26x28), 40-35 (3x12), 29-23 (28x19), 38x29 (24x33), 35x4 (15x24), 47x9 en de bestemming is bereikt.

e 178 179

180 181 182

Meer smaken YlG met één om één ruil vooraf hebben we niet, maar het kan ook een maatje groter, zo bewees Wullem Schoute
(een kundige problemenontwerper uit onze eigen regio, maar wie heeft er persoonlijk weet van onze man uit de Wormer?).
In zijn motiefdia e, dat hij in 1985 van een paar ingenieuze bewerkingen voorzag, doet zwart aan damafname door een twee tegen één ruil (3-8, 5x14).
Ik verstout me om aan Schoutes oude meesterwerkjes een paar nieuwe pekaatjes toe te voegen.
- Diagram 178 (PKF 2960) is van de rustige soort. Beschaafd wint wit door 38-32 (27x49), 31-27 (49x41 of 46), 27x9 (4x13), 10-4 (41 of 46x10), 4x2 (25x14),
15x4 en nu dus (3-8), 2x10 (5x14), 4-15 enz. Het witte schijvenvierkantje 10,14,15 en 20, ontruiming van veld 4 en de wegzuigpromotie 10-4 (..x10, 25x14) zijn kenmerkend. Ik vind bij deze de meerslagzet 31-27 gaaf.
- Vrijwel hetzelfde slagprincipe, maar een dimensie zwaarder, in dia 179 (PKF 2959). Deze diagramstand kan ik niet met legitiem voorspel verklaren en wie dat wenst mag mij dat euvel duiden.
We winnen als volgt: 19-13 (32x34), 29x40 (18x38), 13-8 (2x13), 48-43 (38x49), 26-21 (49x19), 21x41 (19x46), 36x9 (4x13), 10-4 (46x10), 4x2 (25x14), 15x4.
Dat beide vitale zwarte basisvelden bij aanvang nog met zwart spul gevuld zijn is interessant, evenals de schuifactie ter ontruiming van veld 2.
- Diagram 180 (PKF 2965) heeft veel ontroerends te bieden. 24-20 (36x47), 46-41 (47x13), 43-38 (18x40), 38x9 (bijv. 4x13), 35x44 (37x46), 44-40 (45x34), 10-4 (46x10), 4x6 (bijv. 26x17,
de volgorde doet niet ter zake), 6x2 (25x14), 15x4. Een plakker op 38, het in de lucht blijven hangen van (37x46), de dubbelslag van de vroegste witte dam, ik noem maar een paar highlights.
- Bij dia 181 (PKF 2961) een variatie. 49-43 (38x49), 29-23 (18x29), 34x23 (45x34), 19-13 (49x46), 13x4 (46x10), 4x2 (25x14), 15x4. Geen vierkantje opentrekken ditmaal, maar slag vanaf 13.
Twee keer dampromotie op veld 4, dat mag gezien worden.
- Dat het ook echt anders kan bewijst dia 182 (PKF 2962). 17-11 (40x29, aan deze geef ik uit pronkzucht de voorkeur), 11x2 (26x37), 30-24 (29x20), 48-42 (37x48), 39-34 (48x30),
35x4 en nu komen we in een voorportaal van het bouwsel van Schoute. (18-22, er is niets beters), 27x20 (25x14), 2x10 (5x14) en tararaboemdijee.

183 184 185

Bijzonder aardig is het natuurlijk als Yves Le Goff kan worden voorzien van een combinatie van voorafgaand ruilen en schuiven.
- In dia 183 (PKF 1859) is dat op listige wijze gelukt. Geen nieuwe prent, hij werd in mijn (dam)stenen tijdperk, op 18 februari 1967, al vertoond in De Gooi- en Eemlander.
Een oldtimer dus, maar eentje die ik pakkend genoeg vind voor wederopvoering, vooral vanwege de frisse meerslagreeks waarmee de afwikkeling begint.
Speel maar even mee: 34-29 (23x43), 48x39 (38x20), 44-40 (37x48), 26x37 (48x45), 37-31 (36x27), 21x12 (45x7), 11x2 (22x11), 2x4 (9-14, what else?), 16x7 (1x12), 4-15 YlG.
Een vluchtschuif van de ene motiefschuif, gevolgd door een ruiltje met de andere, zo zagen we het nog niet.
- Vervolgens diagram 184 (PKF 2986); het zou ook kunnen met de witte schijven 17 en 22 op 11 en 28 en een andere beginzet.
17-11 (6x8), 18-13 (37x39), 13x2 (24x42), 35x15 (4x13), 2x46 en nu staat de witte dam dermate in de knel dat zwart hem met een geslepen dubbelschuif naar motiefveld 12 nog weet weg te ruilen (3-8), 15x4 (8-12), 46x10 (5x14), 4-15.
- Diagram 185 (PKF 2987) hanteert in de staart hetzelfde principe, maar dan met de zwarte motiefschijf komend vanaf veld 1.
Weer de film van ome Wullem: 26-21 (35x33, de grappigste), 16-11 daarom dus (17x37), 43-39 (33x44 stelt slaan met 29 uit maar ooit een keer zal het daarvan toch moeten komen),
48-42 (37x48 nog een keer uitstellen), 11-7 (29x40, direct slaan met de dam is ook foute boel), 7x9 (4x13), 45x34 (48x30), 10-4 (19x10), 4x28 (25x14), 28x46 (1-7), 15x4 (7-12) en zie vorige. Lang niet gek toch, dat gedoe met (29x40) steeds in de wachtkamer.

f 186 187

Wat schuiven of ruilen vooraf betreft lijkt de koek hiermee zo'n beetje op, maar er resten een paar varia. Ik wil nog even met de lezer terug naar het schuifgebeuren.
Want wijlen (Piet) Willy Kliphuis, een crack van weleer (1912-1990) mag belangstelling claimen voor de in zijn nadagen ontworpen motiefverdieping f, een offertje voorafgaand aan de voorschuif:
(3-9), 18x4 (8-12). En wederom, zo bericht ons TD, was het meester Wullem Schoute uit de Wormer die dit procedé in zijn topjaar 1985 oppoetste, en hij inspireerde mij zo doende tot ook een Hoornse duit in het zakje.
- Dia 186 (PKF 2967) toont een redelijk vol bord met een keurige vlakverdeling; dat ging enigszins ten laste van het spektakel, maar toch: 37-31 (36x27), 28-22 (27x18), 44-40 (35x44), 16-11 (24x35), 21-16 (12x21), 16x27 (6x17),
27-22 (17x37), 38-32 (37x28), 33x4 (44x33), 45-40 (35x44), 50x10 (5x14), 4-18 en dus Kliphuis.
- Voor een Yves inleidende dubbelruil kun je terecht bij diagram 187 (PKF 2984). De voorstelling begint wel een beetje lijzig, maar daarna krijg je ook wat.
40-34 (39x30), 48-43 (37x39), 45-40 (26x37), 47-41 (37x46), 40-35 (46x23), 18x29 (24x42), 35x4 (7x18), 22x2 (11x31), 2x26 waarna zwart niet beter heeft dan (6-11), 16x7 (1x12), 26x8 (3x12), en weer 4-15.

g 188 189

Ten slotte motiefdiagram g. Arie van der Stoep en Leen de Rooij worden in TD als eerste bewerkers genoemd, maar ik heb gerede twijfels of een van die beiden wel de uitvinder is geweest.
Bij Arie trof mij de productiedatum 12 juni 1944, hij toefde toen nog in de luiers en hoewel een problematisch wonderkind in de dop vermoed ik hem in die dagen nog totaal onbekwaam.
Ook Leen lijkt me niet zo waarschijnlijk. Bij hem stuiten we op de datering april 1958, en toen was ie nog niet eens zeventien. Als een gedreven motievenspeurder heeft hij zich in zijn latere damcarrière nooit ontpopt, dus ik voel argwanende aarzeling.
Maar o.k., bij gebrek aan betere info wijzen we het standje toe aan Leen. Zwart zit op het diagrammetje lelijk in het nauw en zal hoe dan ook hout moeten inleveren.
De in ons kader scherpste winstgang (a 14-20), 1x15 (9-14), 15-42 verloopt in het spoor van Yves le Goff; dat het bij andere keuzes ook fout afloopt voor zwart wil de lezer vast wel geloven.
Ik geef voor de lol nog een tweede scherpe variant, waarin zwart de sluizen van zijn gulheid openzet: (b 14-19), 1x3 (17-21), 3x26.
De stand is veelvuldig bewerkt, liefst negenenzeventig boekingen in TD waaronder vele mooie dingen.
- Mijn recente, nogal elementaire, diagram 188 (PKF 2956) bleek nog niet tot het Walhalla te zijn doorgedrongen. Mooi standje. We vieren bingo na 26-21 (16x38), 48-42 (25x45), 22x13 (18x9),
44-40 (45x34), 43-39 (34x43), 49x7 (1x12), 6-1.
- Maar ik maakte al eerder van dit soort een handvol; de minst betamelijke ging op 10 april 1982 ter perse in het toenmalige streekclubblad Damnieuws Oostelijk West-Friesland.
Zie dia 189 (PKF 2103), qua schijvenconstructie het grootste gewrocht van mijn conduitestaat (19x19) en wie weet een waardige uitsmijter van deze rubriek. Ambitieuze en zelfredzame oplossers zijn er wel even zoet mee,
de luiere lezer is het gepermitteerd op de 'auto' knop drukken en dan ontrollen zich de volgende taferelen:
24-20 (35x24 gedwongen), 18-12 (39x30), 25x34 (14x25), 29x20 (40x29 kiest u maar), 50-44 (25x14), 44-39 (33x44), 42x24 (31x42), 49x40 (45x34), 47x38 (36x47), 24-20 (47x7), 15-10 (4x24), 43-38 (32x43),
48x8 (2x13), 11x2 (22x11), 2x21 (26x17),
16x7 (1x12), 6-1. Dat er ergens onderweg een mottige bijoplossing in zit bleek pas later, het mag hier de muts niet kreukelen.

Na de zomer meer libieten. Dan komt een ander type aan bod, waarin de witte motiefdam dood en verderf zaait vanaf veld 2.
Tot dan.
Pieter