BLADMUZIEK (6)
vierde kwartaal 2008
door Pieter Kuijper




43 44 45

Dit waren de plaatjes uit het jeugdhoekje van "bladmuziek 5". Wit kon steeds winnen. Hoe dan?, nou, kijk maar even mee. Nummertje 43 was niet moeilijk, als je de clou in de smiezen hebt kan een kleuter de was doen. We beginnen, kan het anders?, natuurlijk met 32-28 en na (23x32) en 34x3 moet zwart zich proberen te redden met (20-25). Dat gaat niet lukken want na 3x20 (25x45) heeft wit iets slims bedacht: 44-40 (45x34) en nu de verrassing, wit offert zijn dam! 20-38 (32x43) en 48x30 en foetsie is zwart. Een stukje ingewikkelder bleek dia 44, waarin wit, na van start te gaan met 32-28 (23x21), 26x6 (34x43), 48x39 weer het initiatief bij zijn tegenstander neerlegt. De beste overlevingskans voor zwart is nu (30-34), 39x30 (25x34) en het reststandje dat je nu op het bord ziet (bedacht door Arend Stuurman in 1953) gaat wit lollig winnen: 6-1 (34-39, what else?), 50-44 weer zo'n onverwacht cadeautje (39x50), 1-6 en kat in 't bakkie. Het enige wat zwart nog kan is zijn dam weggeven (bijvoorbeeld 50-11) maar hij blijft na 6x50 in de piepzak. Opgave 45 was een koud kunstje. Wit begint met het aftrek- of plakzetje 17-11 waarna zwart op liefst drie manieren er twee zou kunnen pakken, ware het niet dat er ook een verplichte drieslag is (22x31). Wit naar dam 11x2 en zwart (26x17), en dan gaan we gulzig op rooftocht 39-34 (30x39) en rondslag 2x12. Aan de finish een witte dam op 12 en een zwarte schijf op 3 en over dat slotstandje valt wat te vertellen. Zwart mag het verdere verloop kiezen. In levenden lijve zou hij vermoedelijk handje schudden ten teken van overgave en terneergeslagen naar de bar stiefelen, maar tja, dit is geen vlees en bloed. Wikkelen we af met (3-9) dan kan zwart nog een paar zetjes voort en mag wit uitkiezen hoe de patiŽnt uit zijn lijden te helpen. Onscherp dus, en dat vinden we niet leuk in de damproblematiek. Geen (3-9) maar met (3-8) stort zwart zich in zijn zwaard en helpt wit aan een ondubbelzinnige overwinning. Zo'n uitspeelvariant waarin zwart onverplicht wit helpt aan een precieze, scherpe winst wordt (een tikkeltje heftig) "harakiri" genoemd, naar een oud Japans gebruik om via zelfdoding de eer aan zich te houden.

a: TWEELINGEN

55 57 59

56 58 60

Wie een ideetje heeft bedacht om er een damprobleem op te maken kan het overkomen dat ie meer dan ťťn manier ontdekt om tot een ongeveer gelijkwaardig resultaat te komen. Vergelijk bijvoorbeeld eens de diagrammen 10 en 19 uit "bladmuziek" aflevering 2 en 3, en je snapt wat ik bedoel. Ter oplossing heb ik deze keer drie tweelingen voor jullie op de commode gelegd, steeds ťťntje boven en ťťntje onder. Allemaal zuigelingen met dezelfde grootte: zeven bij zeven. En we zingen en we springen en we zijn zo blij, want lastige mormels zitten er niet bij. Succes!

b: SPOOKHUIS

Een veelgehoord ongemak dat menig dammer uit de slaap pleegt te houden is het "herkauwen". Je kunt niet loskomen van de zojuist gespeelde partij en neemt de onzekerheden en de emoties (hoe heb ik dat kunnen doen, ben ik nu werkelijk een oen aan het worden?, waar maakte ik mijn echte fout?) mee naar de nachtelijke sponde. Erger nog dan de partijspeler treft dit lot de probleemontwerper. Jarenlang kan hij onaffe gedachten en onhandelbare ideeŽn met zich meezeulen, in zijn getergde mafkop blijft de hogere knip- en plakkunst maar woelen, om stapelgek van te worden. Kortom, dat vermaledijde dammen achtervolgt je, als woonde je in een spookhuis. Hieronder zes troostende plaatjes en bijbehorende verhaaltjes, voor wie dat wil als bewijs van lotgenootschap. Druk op de knop 'Auto' om de ellende mee te beleven en te zien hoe c.q. of ik, in een enkel geval geassisteerd door een hulpvaardige medemens, mij uit mijn lijden wist te bevrijden.

61 62 63

We beginnen in oktober 1962 in de Gooi- en Eemlander (G&E) met een van de eerste problemen die ik ooit gepubliceerd kreeg: de stand van diagram 61 met nog een witje er bij op veld 46, en dat is inderdaad een slordig bord vol maar qua verhouding van spelmateriaal (vijftien tegen vijftien) in evenwicht. De G&E-lezers waren niet blij en kotsten het probleem uit wegens smerige overbodigheid van schijf 46, en ik rehabiliteerde me in november met een 'verbetering', de witte schijf 40 terugzetten naar veld 44, kneusje 46 naar 11, de zwarte schijf 6 verhuizen naar 17, eerste zet 44-40 en klaar is Kees. Grote nonsens allemaal natuurlijk, ik had gewoon de ballastschijf 46 in de rode zee moeten kieperen; maar gek genoeg merkte ik die eenvoudige reparatie pas vele jaren van onnodig tobben later, om precies te zijn in 2005 (ik kreeg toen trouwens ook een kleinere maar door zijn compactheid zeker niet slechtere variatie op het gegeven op het bord, op 26 maart geplaatst in "Het Parool", een 12x12 met de cijferstand wit: 16,19,20,21,24,27,31,34,39,40,49,50 tegen zwart: 3,5,6,8,9,10,12,18,22,36,45). Gezien mijn jonge jaren een probleem met interessante gebeurtenissen, vooral het ontbloten van het zwaar omzwachtelde veld 3 is, al zeg ik het zelf, een knappe prestatie (in twee etappes gaat schijf 34 naar dam op bezet veld) en ook het nieuw ontdekte slot is het aanzien waard. Zo doen we dat: 47-41(38x36), 29x38(32x43), 48x39(31x42), 20-14(9x29), 34x12(45x43), 49x9(3x23), 12x3(36x27), 16-11(6x17), 3x38(5-10), 25-20(15x24), 38x4(28-33), 4-10(23-29), 10-15(29-34), 15x38(34-40), 38-33 enz. In 1970 liep de voorloper van diagram 62 (de witjes 25,35,38 en 48 stonden op 30,32,40 en 43 en zwart 37 op 39) van stapel (Dam Eldorado, september) en in die zetting kreeg deze bewerking toen ook onderdak in de officiŽle Canalejas/Guerra-collectie. Onder protest, want het geval werd ontsierd door technische euvelen (zowel een bijoplossing als zetverwisseling, toe maar..). Ik repareerde de handel destijds vrijwel terstond tot de hier getoonde uitvoering, die werd opgeborgen in mijn doosje voor ooit nog eens een keer, nu dus. Te laat, sprak Winnetou, want inmiddels hadden ook anderen zich over het sjabloon gebogen, met als gevolg dat dia 62 sedert 16 september 1983 (publicatie in het Reformatorisch Dagblad) in de officiŽle boekhouding geregistreerd staat op naam van Leen de Rooij. Meerdere collega's hebben sindsdien met het idee gestoeid, maar frisser dan dit is het niet meer geworden. We doen 25-20(14x25), 48-42(37x48), 38-32(48x30), 32-27(31x13), 19x8(7x20), 35x4(2x13), 4x2. Een ander hoofdpijndossier is dia 63, maar dan drie zetten teruggewerkt (de witte schijven 37 en 38 op 42 en 43, een witje er bij op 49, de zwarte schijf 31 op 27 en een zwartje er bij op 28) uit het oktobernummer 1981 van het destijds prestigieuze blad Dammagazine DB. Winst forceren, dat was de bedoeling, en wel door 43-38(28-32), 42-37(32x43), 49x38(27-31) en vervolgens de probleemoplossing hieronder. Dat forceren klopt op de eerste zet maar na het ruilen loopt de zaak spaak. Als zwart zijn kalmte bewaart en in het achterveld een zet doet met 12 in plaats van redding te zoeken voor zijn bedreigde schijf door blindelings op 31 in het gat te duiken, dan heeft wit niks: na 37-32(17-22), 32x21(22-28) wint ie never nooit niet. Toen het probleem in april 1982 een tweede publicatie kreeg, in het gezamenlijke clubblad "Damnieuws Oostelijk West-Friesland", maakte de toentertijd in Enkhuizen woonachtige probleemcrack Derk Vuurboom (veelvoudig kampioen damproblematiek) mij attent op het falen van de dwang en ontstond dientengevolge de aangepaste zetting van diagram 63. Het zal wel op een administratieve vergissing berusten, maar die verbeterde uitvoering had natuurlijk nooit in april 1987 op Vuurbooms naam gepubliceerd mogen worden in Het Damspel. Enfin, bezie de afwikkeling, die door de onthoofding van de oude oer overigens aan kracht heeft ingeboet: 38-32(31x42), 47x38(36x47), 32-27(46x33), 39x28(23x21), 34x14(20x9), 26x8(9-13, moet wel), 8x19(24x13), 40-34(30x39), 44x33 en de resterende motiefstand is een ouwetje uit 1944 van R. Filliatreau, en die gaat aldus: (13-19), 33-29(19-24), 29x20(25x14), 50-44(14-19), 44-39(19-24), 39-34(35-40), 34-30(24x35),45x34

64 65 66

Plaatje 64, een product van Hein Wilsens (bekijk zijn werk op het internet, via de 'dammen.startpagina' zoek je onder het kopje 'problemen' de prachtige pagina "composite") pluk ik uit het januari-nummer 1990 van "Hoofdlijn". Wie in deze turbulente tijden een paar centen over heeft weten te houden zou zichzelf een abonnement kunnen gunnen op dit interessante damtijdschrift, een lonender belegging is nauwelijks denkbaar (Ä 37,50 op postgiro 5855797 t.n.v. Stichting Hoofdlijn Amsterdam, e-mail: redactie@hoofdlijn.nl). Genoeg reclame, terug naar dia 64, die me tegemoet sprong als een kwispelende viervoeter zijn baasje. Inderdaad, op een oortje na (7 stond op 12) een belegen PK-tje, uit Damnieuws Oostelijk West-Friesland van 14 januari 1985. Oplosser Toon Kappelhof (zo ontdekte ik tussen mijn kladjes) had me tijdens damdag Andijk 1985 al in het oor gefluisterd dat 12 een 'plekje naar achteren' beter tot zijn recht zou komen, dan vermeed je onheil op de tweede zet (bijoplossing 22-17 enz). Wilsens, zijn residentie is Tilburg, zal van dit West-Friese onderonsje vast geen weet gehad hebben en bij toeval tot een vrijwel identieke creatie zijn gekomen als ik vijf jaar eerder. Voor beide zettingen is de notatie van de oplossing gelijk, speel maar mee: 33-28(22x33), 27-22(18x47), 32-28(23x43), 48x30(47x16), 49-43(16x40), 45x3(25x34), 3x30(35x24), 50-44. Misschien zijn de bewegingspatronen niet bijster origineel, maar de ontleding glijdt als een zalfje. De voorgeschiedenis van het probleem op dia 65 is tamelijk tragisch. Ik zond het met 46 op 47 (daar vond ik die schijf net een beetje verzorgder staan) in voor deelname aan een wedstrijdje. De niet zo eenvoudige opdracht luidde: een zwarte dam dient tijdens de afwikkeling neer te strijken op veld 1,2,3,4 of 5, dus op zijn eigen basisrij. En kijk, daar plofte De Problemist van april 2003 op mijn kokosmat met de melding dat mijn bijdrage de zilveren medaille had verdiend. Hoera, maar aiaiai, er volgde een rectificatie/diskwalificatie in De Problemist van juni: afgekeurd, een lelijke bijoplossing, beginnen met 11-6 is altijd witte winst. Dat viel simpel te verhelpen, ik castreerde de eerste zet er af en hopla, daar meldde De Problemist van augustus de genezing van de patiŽnt. Een kortstondige, zo bleek in het oktobernummer, want nog steeds beschikte wit over de winnende acquitstoot 11-6. Slordig oplapwerk, dat mag je wel zeggen. Terwijl het toch zo uiterst simpel kon, een witje met de mouw van 47 naar 46 en weg is alle penarie. Speel: 46-41(36x38), 33x42(37x48), 20-14(48x23), 14x12(18x7), 11x2 (22x11), 16x7(23x1) daar is ie, 15-10(5x14), 40-35(26x17), 35x24(19x30), 2x34(1x40),45x34. Best wel verrassend allemaal, nietwaar? De oudste kopzorgen van dit moment vind je afgebeeld op dia 66, die me al vanaf 1999 achtervolgt. Een keurig plaatje qua formaat en kleurscheiding, en een dito winstvoering. Druk maar op de knop en in alle rust komt de volgende zettenreeks langs: 32-28(23x32), 27x38(18x36), 50-45(33x31), 47-42(36x38), 46-41(16x27), 17-11(6x17), 40-34(29x40), 45x3 en nu mag zwart nog wat meespartelen (31-36), 3x47(19-24), 47x15(36x47), 35x24(47x20), 15x8(2x13), 48-43. Ik had het over meespartelen, waar tegenspartelen toch de voorkeur had verdiend, na (30-34) kan wit echt niet meer winnen! Normaal gooi je zo'n mislukking na een paar vergeefse reddingspogingen in de prullenbak en in de vergetelheid, maar dit spook blijft me na al die jaren nog steeds in de nachtelijke uren bezoeken.