BLADMUZIEK (5)
derde kwartaal 2008
door Pieter Kuijper

a. Jeugdwerk: koekhappen exit
De zomer zit er op en wat de meeste liefhebbers betreft mag het nieuwe damseizoen beginnen. Tijd om een nieuwe rubriek te schrijven en de lezers en lezertjes, van heinde en ver, in actie te brengen. Pak het bord en de stukken maar uit de kast, Bram, Charley, Dylan, Marijn, Raoul, Ruth, Sander, Tricky Dicky en overige landgenootjes, en probeer het volgende drietal te kraken. Ik maak het jullie een beetje moeilijker dan vorig jaar, en zo hoort het ook, want als het goed is (en dat is het) hebben jullie inmiddels een hoop bijgeleerd. De beloning met gevulde koek voor hongerige oplossers is stopgezet, maar ik stel jullie bevindingen wel op prijs. Succes!

43 44 45

b. Foute boel?: de bijoplossing Of een probleem "goed" is, dat hangt er maar vanaf hoe je kijkt. Ooit, om precies te zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw, zijn er een aantal spelregels opgesteld waaraan een probleem zou moeten voldoen om technisch correct te worden bevonden. Damproblemen (het woord zegt het al) werden destijds vooral gepresenteerd als puzzels ter oplossing: "wit begint en wint", vaak zat daar dan een wedstrijdje aan vast. Moeilijkheid was een minstens even belangrijke factor als schoonheid. Het werd als foute boel beschouwd indien een probleem naast de door de bedenker bedoelde afwikkeling nog een andere winstmogelijkheid kent, een "bij-oplossing". Zo'n bijoplosbaar probleem was niet in orde, niet "goed" en kon op de schroothoop. Maar toen kwamen de computer en de behulpzame hand van digitale damprogramma's en sedertdien is de tijd van de eerlijke krachtmeting en de glorie van de oploscompetitie voorbij. En hoewel er nog steeds opgelost kan en mag worden zien we een damprobleem tegenwoordig toch meer dan voorheen als een "voorstelling". De ontwerper wil iets laten zien dat hem/haar tijdens zijn ontdekkingsreis op het dambord heeft verrast, getroffen, en hij wil zijn publiek meenemen op zijn tocht en laten mee genieten van zijn vondst. Een damprobleem wordt getoetst op de klasse van de voorstelling en krijgt de kwalificatie "goed" op basis van de inhoud van het gebodene. Niet (althans nog niet) dat bijoplosbaarheid nu uit de lijst van "not-dones" is geschrapt, maar wel is dat mankement naar lagere prioriteits-regionen verwezen. Tja, die computer, hij heeft de damproblematiek al heel wat poepjes laten ruiken. Monumentale composities, decennia lang beschouwd als pronkstuk uit het culturele erfgoed van de damsport, worden digitaal ontmaskerd als bijoplosbaar (of nog erger, als oplossing beoogde afwikkelingen blijken soms niet winnend). Maar ook wordt er heel wat antiek gerehabiliteerd dat op valse gronden door lichtvaardig snotterende speurneuzen in de vorige eeuw klakkeloos tot oud vuil was gebombardeerd. In deze rubriek voorbeelden van fraai klinkende rammelkasten en spagaten waarin een damproblemist soms komt te verkeren.

46 47 48

Dia 46 dateert uit 2005. Een heel aantrekkelijk ogend standje, waarin wit wint door 31-27(22x42),28x17(42x44),en nu de jubelende prikstoot met de dolk 29-23. Na (19x48),23x5(17x28),5x49 wordt de zwarte dam geŽxecuteerd (bijv.48-39),49-43(39x48),41-37(48x31),26x37. Goed werk dus, maar wat heet "goed" als je ook kunt beginnen met 38-32(19x30),32x3, een wel heel elementaire bijoplossing met een ook anno nu nog steeds vuile smaak. In juni 1989 werd dia 47 gepubliceerd in De Problemist, en vervolgens werd ie wegens gebleken ongeschiktheid in het ravijn gekieperd. Zonde van het vertoonde, zou ik menen. Net zo'n prik in het middenrif als in die 46, maar verder toch heel anders, speel maar mee (please press the button 'auto'): 34-30(28x50),49-44(50x36),29-23(24x44),15x2(18x29),27x7 en nu moet de zwarte dam naar zijn eigen basisrij slaan, je ziet dat zomaar over het hoofd (36x1),2-35(16x27),35x34(1x40),45x34 en oppositie op afstand. Wit start met twee houtjes in de plus, geen doodzonde maar de kenners fronsen toch de wenkbrauwen; en al lijkt in dit geval de achterloop op 28 zwart voldoende weerwoord te bieden toch is zo'n ongelijke materiaalverdeling vaak vragen om ellende. Hetgeen ook hier blijkt want er zijn liefst twee bijoplossingen; zo kan wit beginnen met 42-37, waarna zwart gedwongen slaat (28x50) en na 21-17(12x32),37x6(24x35),15x2 van een enorme overmacht verliest, maar ook als wit na het auteursbegin 34-30(28x50) vervolgt met 31-26 is het radicaal uit (24x44),25x2(22x31),26x37(16x27),2x5 en ook dan rest er een zwart gevecht tegen de bierkaai. Eerlijk gezegd vind ik deze "creatie" fantastisch van mezelf, en omdat alle pogingen om het netjes te repareren tot nu toe mislukten blijf ik hem koesteren, mankement incluis. Op dia 48 nog zo'n hoogwaardige oude kneus, in oktober 1999 te bewonderen in De Problemist. Toegegeven, die zwarte schijf op veld 44 is natuurlijk geen porem, maar dat vuiltje gaat verloren in het feestgedruis: 20-14(22x42),14-9 schuift ie niet lekker? (27x49),9x7(2x11),24x2(35x24),16x7 en let nu op de wonderbaarlijke, haast magnetische rondreis van de zwarte dam (49x16),2x49(16x2),34-30(2x35),45-40(35x44),49x21(26x17)41-37(42x31),36x27. Het hooggewaardeerde lezerspubliek schampte me af met een bijoplossing door een kick-off met 20-15(22x42) waarna wit volgens hun zeggen de buit ook binnen sleept met 43-38(42x33),24-20(35x24, dat is wel gedwongen zegt het damprogramma Flits) 20x7(2x11),21x3(27x38),16x7 en zwart is naar de vaantjes. Voldoende reden om dit kindje met het waswater weg te spoelen? Ik diende een reparatiepil toe door in de diagramstand 42 naar 47 te verplaatsen en een zwartje op 14 toe te voegen; we beginnen nu met 47-41(22x42) en na 25-20(27x47) is er de oude vertrouwde aanblik. Het mankement is verholpen maar het medicijn bevalt me niet, de beginfase met die leuke dubbelplak is verloren gegaan, een mij te ingrijpende aderlating.

49 50 51

Soms is het herstel van oud zeer een fluitje van een cent. Neem nu dia 49, dat met de witte schijven 19 en 34 op 23 en 30 werd getoond in de editie van juli-september 1981 van HND, Het Nieuwe Damspel maar in die zetting bijoplosbaar is gebleken door de positiezet 23-18. Een kleine ingreep ten koste van niks en schoon was het kunstgebit. Wit wint best wel leuk door: 34-30 maakt er een echte meerslag van (14x21),25x14(17x28 de aardigste),29-23(10x19 het effectvolst),24x2(28x19) en na 2x14 belanden we in een slotideetje uit 1958 van D. de Ruiter, zwart vogelt nog wat: (15-20),14x25(4-10),25-20 nog niet met de schijf schuiven! (10-14),20x9(3x14),30-24. Er zijn verwante bewerkingen van dit thema in omloop maar dit is m.i. toch wel de aangenaamste. Diagram 50 is ook een geval van opkalefateren, in 1982 (9 oktober, De Volkskrant) stond schijf 20 nog op 19 met alle gevolgen van dien (bijoplossing op de vierde zet: 38-32(47x20),30-25(13x24),25x1 is gladde witte winst). De opknapbeurt lukt nagenoeg zonder bijbetaling (alleen zwarts keuzedwang op de eerste zet gaat teloor) en de winst verloopt krek als in het origineel: 29-23(18x40),35x44(31x42)47x38(36x47),en nu het grote moment 24-19(47x49),19-14 plakken met de juiste witte schijf (49x18),14x1(15x24),1x4 en in de slotstand uit 1967 van het duo D. van den Berg/J.H.H. Scheijen gunt zwart wit de winst (16-21, want weglopen (13-19) wordt bestraft met 4-27 en de rest zie je wel),2x16(6-11),16x7(2x11),26-21. Dia 51 vertelt eigenlijk hetzelfde verhaal, in de aanvankelijke versie (Damnieuws Oostelijk West-Friesland, 25 april 1987) had ik 19 op 23 en 25 op 20 staan, sen dat was slordig want ik had moeten checken en kunnen zien dat wit dan ook scoort met de schijnbare vrijgevigheid 18-12(8x39),20-14(45x23),14x5(31x42),5x43. Even een paar schijven husselen en de patiŽnt was weer op de been en knalt zoals de auteur het bedoelde: 25-20(31x42),20-14(9x20),18x9(3x23),29x18(20x29),34x23(45x34),49-40(38x49),47x20(49x35),23-19(35x13),18x9(4x13),15x4 en na de afrafeling van het voorafgaande vlechtmatje stribbelt zwart nog even tegen (11-16),4x18(8-12),18x7(1x12),22-17(12x21),26x17, een zelfbedacht eindspelletje waarmee ik de grauwe middelmaat niet ontstijg.

52 53 54

Lang niet altijd lukt het om de lijder te genezen. Dia 52, dat ik vorig jaar inzond voor het Garry Dalidovich Memorial Concours (voor de geÔnteresseerde websurfer: zie Erics Damsite) werd zeer tot mijn deceptie afgekeurd wegens een sneaky bijoplossing, als we van acquit gaan met 35-30(40x38),30x10(38-42, verplicht),47x29(36x47) lijkt er voor zwart geen vuiltje aan de lucht maar nu komt de jury op de proppen met 10-5(bijv.47x24),5x32(24-33, volgens hen verliest elke andere zet ook, maar Flits doet (12-18) en is nog niet overtuigd),27-22 wie rekent daar nou op (33x26),32-19 en overmacht. Ik was te depri en het was me ook te veel werk om tegenbewijs te researchen, en ik taalde er ook niet naar op zoek te gaan naar mogelijkheden voor revisie, ik beperk me liever tot wat beoogd was als echte oplossing, die begint met een staaltje van verregaande filantropie: 21-17(12x32)35-30(40x38),30x10(36x27),47-41(38x36),10-5(32x41),5x47 en de wedstrijdopdracht (onbeweeglijke opsluiting) was gerealiseerd. Plaatje 52 is een lust voor het oog, maar ik kreeg het door een kritische redacteur als onbruikbaar geretourneerd, in Litouwen vonden ze een bijoplossing, de vuige positiezet 43-38 en inderdaad is zwart dan hulpeloos tegen allerhande gevaar. Je kunt de stouterik terechtwijzen door castratie en het inleidende ruiltje overslaan, dan heb je een 8x8-prentje, maar het wat vollere bord is natuurlijk appetijtelijker. Ook is de 10x10 status te handhaven door wits schijf 47 naar 46 te verhuizen, dan oogt ie wel een tikkeltje minder maar toe maar. Hoe dan ook, de weg naar winst gaat als volgt: 33-28(22x33),39x19(24x13),47-41(36x40),45x23(31x42),23-18(13x22),32-27(22x41),26x48. Een toffe aanblik, die eenzame slotschijf op 48. Dia nummer 54 blijkt een voor de auteur wel heel teleurstellende surprise in petto te hebben. Eerst maar even wat mij voor ogen zweefde om de lezer te plezieren: 27-21(36x38) maak een back-up van dit moment in je geheugen, 21-17(12x21),29-24(30x19),23x1(21-27 ik zie niks beters, er dreigt immers 22-17),22x31(26x37),46-41(37x46),1-23 en bedenk maar iets, laten we om der wille van de scherpte kiezen voor (38-42) of (38-43) en na 23-5,5x48 of 5x49 is het over en uit. Een grappige finale, met de ontdekking waarvan ik me de afgelopen maart gelukkig prijsde. Maar, graaf het geheugenmoment nog eens op en speel, wonderlijk, i.p.v. 21-17 tegelijk 29-24 en zwart zal naar believen op links of op rechts achterwaarts slaan en vervolgens alle hoop laten varen. Hoe jammer. Geen beter moment dan dat van zelfbeklag om een punt achter deze rubriek te zetten. Tot komende winter.