BLADMUZIEK (3)
april / juni 2008
door Pieter Kuijper

1 beginnerswerk
Om voor mij duistere redenen is de jeugdige garde van DC Purmerend '66 nog niet enthousiast aan het koekhappen geslagen. De toegezegde versnapering ligt bederfelijk weg te roesten. Misschien dat verversing van het lekkers, een duwtje in de rug van onze jeugdleider Dick Lust en een drietal kakelverse opgaven de jonge oplosmachine aan de praat weten te krijgen. Maar eerst even terug naar het eerste kwartaal trio. Je kunt nu door twee keer op de knop 'auto' te drukken naspelen wat de bedoeling was.


10 11 12

Zwart is op plaatje 10 tussen twee witte schijven gekropen, misschien met het idee van 'altijd prijs'. Een gevaarlijke gedachte die wit afstraft door de meerslagregel in stelling te brengen met 19-14; we noemen zo'n zet een plakkertje en ik hoef je niet uit te leggen waarom, lijkt me zo. Na (23x41),14x5(30x19),5x46 probeert de laatste zwarte zich reddend naar de overkant te zwemmen (35-40) maar hij komt te laat: wit schuift zijn dam van 46 naar 28 en nu rest er voor de drenkeling de keuze uit twee fatale mogelijkheden: na (40-44) wordt ie van het veld verwijderd en na (40-45) raakt ie in de hoek gesmoord. Dia 11 laat zien dat ook 'achterlopen' (zwarts voorafgaande zet was 20-25) zo zijn risico's heeft. Met behulp van het meerslagje 48-43(37x39) wordt het zwarte spul naar de plaats van onheil geloodst: 40-34(29x40),45x43(25x34) en een kind kan verder de was doen 43-39(34x43),49x36. Er blijft één eenzame witte schijf over, zo'n kale overwinnaar noemen we een 'naturel'. De derde opgave, op diagram 12, is de ingewikkeldste. Ook nu is zwart op onverstandige wijze er achter en er in gelopen en opnieuw beschikt wit over een meerslagwending (plakkertje) om de buit te veroveren: 39-34. Nu wordt er een tijdje op los geslagen (23x41),34x3(36x27),3x42 tot daar en niet verder want dan loopt het remise. Zwart heeft nu niks anders dan de promotieschuif (41-47) maar daar heeft wit wat op gevonden, namelijk 42-24. Noodlottig voor de zwarte dam, die na (47-36, wat anders?),46-41(36x47),20-15(47x20),15x24 van het bord verdwijnt. En dan zijn hier weer drie nieuwe opgaven: wit begint en wint. De eerste zul je herkennen en is voor elke serieuze rubriekslezer met de ogen dicht te vinden, maar met de twee andere probleempjes maak ik het je een beetje moeilijker dan de vorige keer. Voel je dus vooral uitgedaagd. Voor het laatste plaatje doe je er handig aan om een scheef oog op het clubprikbord te werpen, als ze het tenminste niet onlangs hebben ververst. Oplossingen kun je me op dinsdagavond overhandigen maar je mag ze ook naar mijn e-mail adres sturen: pieter.kuijper@orange.nl Elke jeugdbrigadier die inzendt kan bij me terecht voor iets lekkers.


19 20 21

2 terug in de tijd en dan weer naar nu
Van start gaan we met drie reparaties, ten vervolge op de aflevering 'oude barrels' van oktober-december vorig jaar. Werk uit het middensegment, relatief eenvoudig voor wie eventjes de moeite wil nemen. Het tweede trio volgt op de serie 'variété' waarmee Bladmuziek dit jaar begon, niet eerder vertoond materiaal verwant aan op zichzelf deugdzame oudere kost. Ik recruteerde voor dit middelste drietal een kleintje, een middelgroot exemplaar en, ter wille van degenen die het brein willen scherpen, een zware jongen. Om de zomer lekker en niet al te belegen in te gaan rond ik de rubriek af met drie nieuwe eigentijdse werkstukken.


22 23 24

In 1970 werd een gebrekkige voorganger van dia 22 geplaatst in De Problemist, het tweemaandelijks verschijnende tijdschrift van de Kring voor Damproblematiek (KvD). Ik kan iedereen die liefhebber is of wil worden warm aanbevelen zich op dit blad te abonneren, op jaarbasis kosten zo'n 170 bladzijden met elkaar maar € 30,- en dat is haast te geef; een mailtje of telefoontje naar het secretariaat van de KvD volstaat (Krijn Hemminga, Saltshof 2013, 6604 ER Wijchen, 024-3230016, krijnh@gmail.com) om je een hele hoop extra damplezier te bezorgen. Terug naar het diagram, waarin wit tot winst komt door de vlotte zettenreeks 35-30(36x38),30-24(19x30),29-23(18x40),44x4 en nu staat er een motiefje van Willem Lente uit 1959 op het bord. Zwart doet er bij gebrek aan beter leuk aan zich met (28-33) een weg naar de ondergang te banen en dan gaat het restspel automatisch: 4x43(33x44),49x40(45x34),43x30(25x34),50-44 met een verticaal oppositiestandje als finale. De miskleun in mijn aanvankelijke bewerking was dat ik de zwarte motiefschijf 13 op 22 had gedeponeerd en dan gaat de vlieger niet op vanwege (22-27) en de witte winst is verkeken. Het Nieuwe Damspel toonde begin 1981 een mank probleem (behalve mijn bedoeling zat er nog een tweede winstgang in) dat ik vervolgens corrigeerde tot diagram 23. Vier triviale offertjes 47-41(36x47),37-31(26x37),48-42(37x48),38-32(47x29) en nu naar dam op een manier die ook uit het partijspel bekend is: 39-34(48x30),25x5 altijd smakelijk zo'n promotieslag over twee vijandelijke dammen. Wat er overblijft is een motiefje (dat door de digitale bronnen mij wordt aangewreven) waarin zwart zich het vege lijf probeert te redden met de wanhoopsplakker (22-27), maar die brengt geen uitkomst want er volgt ijskoud 5x6(27x38),49-43(38x49),6-44 je moet er wat voor over hebben (49x40),35x44 en oppositie op afstand. Plaatje 24 is al erg oud of zelfs nog ouder. In 1961 woonde ik nog in Hilversum en ik was toen pas net met de problemerij begonnen; de zaterdag na Kerstmis dat jaar werd dit vraagstuk geplaatst in De Gooi- en Eemlander, helaas met schijf 42 op 48 en dan kun je de volgorde van een paar zetten verwisselen wat niet zo mooi is, zo hebben we afgesproken. De terstond uitgevoerde reparatie werd niet meer aan het publiek voorgehouden en dan vraag je om poppen aan het dansen want de Fransman Michel Sabater, een knappe problemenmaker trouwens, plaatste, onbekend met mijn opusje, in 1970 ver van huis (La revue Canadienne du jeu de dames) hetzelfde probleem met de witte schijf 44 op 45. Strijd om de originaliteitstrofee tussen beide auteurs is nergens goed voor want vergelijkbare problemen stammen al uit de oertijd (bijvoorbeeld een andere Fransman, Germain Avid die iets dergelijks al in 1947 toevertrouwde aan De Problemist). Wat het MS/PK-tje een beetje anders maakt is de dwingende beginfase. Nieuwsgierig geworden? Wel, daar komt ie dan: 34-30(24x35 zo zal het toch onontkoombaar wel moeten),33-29(27x36),37-32(28x48),29-23(18x29),47-41(36x47), net als in dia 23 zijn er zwarte dammen op 47 en 48 terecht gekomen, eentje wordt er doeltreffend om zeep geholpen en de ander smaakt het genoegen om de doodssnik te mogen slaken: 50-44(47x33),39x10(48x50),25x3(5x14),3x6 en er verschijnt een quasi-opsluitinkje ten tonele dat bij gebrek aan terminale scherpte niet verder wordt uitgespeeld. De slag naar 10 gevolgd door 25x3 is een veelvuldig toegepast thema en staat in de damboeken bekend als 'het kannetje'. Ik geef geen naamsverklaring, maar verwijs graag naar een boekje (in twee deeltjes) van de bekende topproblemist en auteur Arie van der Stoep dat aan de hand van een kleine duizend werkstukken de materie structureel en tamelijk uitputtend behandelt. Of dit boekje nog in de handel is, geen idee, maar leerzaam is het.


25 26 27

Variaties op eerder gepubliceerd werk nu. Nummertje 25 ging ooit in première (9 augustus 1980, DOWF Damnieuws Oostelijk West-Friesland) met schijf 37 op 38. Het geval gaat van acquit met een plakkertje 25-20(30x28),20x9(4x15),15x4 en wit is waar ie wezen wil. Zwart vogelt nog wat en plakt op zijn beurt (28-32), maar na 4x6(32x41, in de DOWF-versie 32x43) is het einde daar 27-21(26x17),6x46 of DOWF 6x48. Volgens kenners was deze ontknoping met tegenplakker destijds een PK-vondst. Van nog niet zo lang geleden dateert dia 26 die ik, maar dan met schijf 2 op veld 16, inzond voor een wedstrijdje; een al zeg ik het zelf fraaie compositie die een tweede plaats scoorde, zie De Problemist van februari 2007. Eerst maar eens 39-33(30x28) en dan de knetterende spetter 38-33, daar hebben ze niet van terug. Na (36x18) komen er twee witte dammen op de achterste rij: 32x3(14x23),25x5 en nu mag zwart het zeggen. Dan maar sneven in speelsheid denkt die en zo geschiedt (26-31),5x6(31x42) en nu al naar gelang oud (zwart op 16) of nieuw (zwart op 2) maakt wit het karwei af met 6-11 of 1-7(16x7 of 2x11),1x47 of 6x47 en de zwarte restschijf mag het kistje in. Met dat slottafereel was voldaan aan het wedstrijdthema, een zwarte randschijf in het nauw, in oppositie tegenover een witte dam. Een log loeder is nummer 27 dat eindigt op het welbekende Guerra-motief, ik werk dat hier verder niet uit; wie nieuwsgierig is mag me op de clubavond raadplegen. Al vanaf 1972 (Het Parool, 8 juli) ben ik met het slagsysteem 45x3,15-10,3x2 aan de stoei geweest, maar deze hier is de m.i. best geslaagde bewerking. Wit hakt er op los met onverwachte en spectaculaire zetten, tegelijk al van je hatsekidee met de driegever-meerslag 27-22(23x34) en dan het verrassende langs schuiven met 44-39(16x18, kiest u maar),39-33(en weer maakt het allemaal niet uit, doe ter wille van de onoverzichtelijkheid maar eens 29x38),40x29 (24x33 houwen zo),35x24(20x29),daar komt ie dan de tempozet 50-44(36x27),49-44(38x40),45x3(13x24),15-10(5x14),3x2


28 29 30


We zijn aan de nieuwe pluk toegekomen, allemaal fabrikaat van het jaar 2008. Als je beschikt over de problemen-databank Turbo Dambase kun je zoeken naar oude verwantschappen. Streeft een damproblemist naar frisheid dan is zo'n zoektocht een even gemakkelijke als louterende sensatie. Menige primeur ondergaat, aldus tegen het licht gehouden, de geseling van digitaal tegenbewijs. Maar deze drie ontsprongen de dans. Dia 28 is van een bescheiden eenvoud, maar vol van vette meerslag. We doen 23-18 en dat lijkt wel een spelletje weggevertje. Na zwarts vierslag (17x39) volgt 40-34 en nog steeds komt de zwarte op 12 niet aan slag maar moet (24x42). Naar dam met 34x3 en daar gaat ie dan eindelijk (12x23), nu nog even goed loeren voor de slotslag, inderdaad over vijf stuks: 3x1 Gaan we verder met een heel ander type damprobleem op diagram 29, wit knalt er in met de plakker 22-17 en dat geeft een beetje een ruige meerslag (29x36). Dan slaat wit 17x8, kleeft in de rug van de tot werkeloosheid gedoemde zwarte schijf 13 en geniet van (44x22),27x18 blijft kleven (36x38) en begeeft zich alsnog naar het winnende promotieveld 8-3(13x22). Nu even correct oogsten, zowaar opnieuw over vijf zwarte schijven met 3x1, en zwart mag in bittere ellende de dam afnemen en belandt na (19-23),50x20(15x24) in verliezende oppositie 50-44. Plaatje 30 doet het recht toe recht aan, te beginnen met een heleboel ééngevers. Wie over een losse pols beschikt spele mee: 32-27(17x28),38-32(28x37),42x31(26x37),48-42(37x48),30-25(48x30),35x24 en nu doet de keuze van zwart er niet toe, ik opteer voor (45x34),50-44(29x20),25x12(7x18),16x7(1x12). Even een gaatje prikken 27-22(18x27) en het is op een oor na gefiepst 44-39(34x43 of 33x44 lood om oud ijzer), richtingwijzer naar links 49x7 en kijk daar hebben we het vermaarde opjaagthema, volgens Turbo-Dambase voor het eerst, in 1976, bewerkt door Klaas van der Weg. Zwart moet over de lange 46/5 diagonaal en kan daartoe kiezen uit a (13-19) of b (27-32) maar wordt hoe dan ook door de witte dam achter de vodden gezeten: 7-2(a 19-23 of b 13-18),2-7(a 23-28 of b 18-22),7-11(a 28-32 of b 22-27),11-16 en nu slaat het noodlot onverbiddelijk toe (27-31),16x38(31-37),38-47 en de resterende zwarte schijf is van tafel geopponeerd. Vreemd dat deze obligateling, een allemanskindje dat ik allang bekend meende te mogen veronderstellen, tot nu toe nog niet in de boeken geregistreerd stond.